"Pietà" van Fabre eerste schandaal op Biënnale

De 54e Biënnale van Venetië is nog niet geopend, of ze leidt traditiegetrouw al tot discussie. Dit keer is de Vlaamse kunstenaar en beeldhouwer Jan Fabre met zijn marmeren beeldengroep "Piëtas" verantwoordelijk voor de ophef in Italië. Zichtbaar geïnspireerd op Michelangelo’s "Pietà" gaf Fabre Maria een doodshoofd. Het lichaam dat ze vasthoudt, is het levenloze lichaam van de artiest zelf, met een stel hersens in zijn hand.

Officieel is het werk pas vanaf 1 juni te zien, drie dagen voor de opening van de internationale kunstbiënnale, maar de beeldengroep is al geïnstalleerd en de Italiaanse pers schrijft er wisselend over. Godslasterend of alweer een meesterwerk van de Vlaamse artiest? De discussie is in ieder geval geopend en zal ook na de officiële opening verder oplaaien.

De beeldengroep "Piëtas" van Fabre bestaat uit vijf grote beelden, gemaakt uit het beroemde witte marmer uit Carrara, ook gebruikt door Michelangelo. De sculpturen staan op een goudkleurig podium dat de bezoekers - uit eerbied – slechts op pantoffels mogen betreden. Een pad van grote, marmeren hersenen (met een kruisbeeld, een bloeiende bonsaïboom of andere symboliek erop), voert naar het hoofdbeeld: de “Meelijwekkende droom (Pietà V)”, waar het doodshoofd van Maria naar het levenloze lichaam van de artiest kijkt.

Voor Fabre is het een uiting van de werkelijke emotie van de moeder, die het liefst de plaats zou innemen van haar overleden zoon. Zoals in de hele kunstgeschiedenis leven, dood en wederopstand sterk verbeeld worden door iconen, is ook dit werk van Fabre doordrongen van symboliek. Zo hangen aan de zuilengang links en rechts van het gouden podium nestjes met gekleurde kevers, antiek symbool voor de metamorfose. Een brug tussen leven en dood.

Fabre is geen onbekende in Italië en in Venetië. Zijn hersenen kennen ze nog van zijn werk “From the feet to the brain” op de Biënnale van 2009 en ook twee jaar daarvoor werden de Italianen geconfronteerd met een groot stel hersens bij de ingang van zijn “Anthropology of planet” (Biënnale, 2007). Zijn werk wordt goed ontvangen in Italië, waar men ook gecharmeerd is door de precisie van zijn sculpturen, die vergeleken wordt met die van de grote barokke meesters. De vraag is of dit keer de bewondering het wint van het gevoel met een godslasterend beeld te maken te hebben.

Jan Fabre niet enige Belg op biënnale

België wordt op de biënnale officieel vertegenwoordigd door het werk “Feuilleton” van de Brussels-Spaanse Angel Vergara (curator: Luc Tuymans). Buiten de nationale paviljoens zijn behalve de beeldengroep van Jan Fabre, ook een wetenschappelijke installatie van Koen Vanmechelen (“Nato a Venezia”) te zien en Hans op de Beeck levert een bijdrage aan de collectieve, internationale tentoonstelling “One of a thousand ways to defeat entropy”.

Curator van de Biënnale dit jaar is de Zwitserse kunsthistorica en critica Bice Curiger, onder meer hoofdredacteur van de kunstbladen “Parkett” en “Tate etc”. Voor het eerst zijn er ook kunstpaviljoens uit Irak, Saudi-Arabië, Bangladesh, India en Andorra.

De “Piëtas” van Jan Fabre is vanaf 1 juni tot 15 oktober te zien in de school “Santa Maria della Misericordia” in Venetië.