"Enige hypothese die rest, is verstrooidheid"

Het is nog altijd niet duidelijk wat de oorzaak van het tramongeval van vorige week in Oostduinkerke is. Vanmiddag is een reconstructie gehouden. Daaruit blijkt dat de tramchauffeur zeker niet verblind werd door de zon en dat zijn zicht ook niet gehinderd werd.

Vorige week woensdag reed een kusttram in Oostduinkerke in op een mobiele werfwagen met hoogtewerker van De Lijn. De armkraan doorboorde de stuurcabine van de tram. Er vielen 20 gewonden, onder wie schoolkinderen uit de provincie Luik die op zeeklassen waren. De trambestuurder raakte levensgevaarlijk gewond.

Vanmiddag werd een reconstructie gehouden. Het parket van Veurne hoopte op die manier meer duidelijkheid te krijgen over de omstandigheden en de oorzaak van het ongeluk. De reconstructie vond plaats op hetzelfde tijdstip als het ongeval. Daardoor kan het parket met zekerheid uitsluiten dat de chauffeur verblind werd door de zon. Ook werd zijn zicht niet beperkt door enkele palen langs de weg.

"De enige hypothese die nog rest, is verstrooidheid van de chauffeur", zegt procureur Stefaan Desmet van het parket van Veurne. "Dat wordt nu afgetoetst aan wat getuigen zeggen. Het eindverslag van de verkeersdeskundige zal binnen de drie tot vier weken klaar zijn."

Bij De Lijn West-Vlaanderen klonk het na de reconstructie dat "alle conclusies over het ongeval nog getrokken moeten worden". "Wij communiceren voorlopig niet over de reconstructie", zegt woordvoerder Dirk Schockaert.

De tramchauffeur ligt nog altijd in het ziekenhuis op de dienst intensieve zorg. Ook een andere werknemer van De Lijn ligt nog in het ziekenhuis.