Redt een bonus-malussysteem ons pensioen?

Een nieuwe pensioenhervorming moet mensen in de toekomst vooral langer aan het werk houden. Een beter bonus-malussysteem zou een deel van het probleem kunnen oplossen, zo klinkt het bij de grootste Vlaamse partijen in een pensioendebat in "Panorama".

Nederland heeft het pensioenstelsel onlangs grondig hervormd. De pensioenleeftijd wordt er geleidelijk opgetrokken naar 67 jaar en wie vroeger stopt wordt daar zwaar voor gestraft, wie langer werkt mooi voor beloond. Concreet daalt het pensioen met 6,5% per jaar onder de wettelijke pensioenleeftijd en stijgt het met 6,5%  per jaar erboven.

Een systeem dat de N-VA graag in ons land zou invoeren. "Een loopbaan van 45 jaar is een referentiepunt, maar een echte stimulans om tot 65 te werken zit nu niet in ons systeem", zegt Kamerfractieleider Jan Jambon. "Wij zijn er voorstander van dat wie eerder stopt daar relatief een nadeel van ondervindt en wie langer werkt relatief een voordeel. Zo'n bonus-malussysteem kan mensen langer aan het werk houden."

Ook Kamerlid Gwendolyn Rutten (Open VLD) ziet wel heil in het systeem. "Nu bestaat er al zo'n soort bonus-malussysteem, maar alleen voel je het niet echt omdat het op 45'en wordt berekend (bijvoorbeeld 44/45 van een volledig pensioen voor wie een jaar minder werkt, red.). Als je dat systeem wil laten werken, dan moet je het in beide richtingen aanscherpen."

CD&V heeft wel moeite met een maatregel die bestraft. "In de jaren 90 bestond dit hier, maar het is geleidelijk afgeschaft", zegt Kamerlid Sonja Becq. "We moeten mensen stimuleren om langer te werken, maar op een positieve manier. De bonus moet omhooggetrokken, omdat je dat voelt in je portemonnee."

Die pensioenbonus, voor wie langer werkt dan 62, is onlangs verlengd door de regering. Een goeie zaak, vindt Bruno Tobback (SP.A, kleine foto) en hij zegt ook geen nee tegen een malussysteem. "Maar dat moet je dan wel doen in een volledig pakket van maatregelen. Je moet de mensen ook niet wijsmaken dat je alles oplost door iedereen te verplichten om langer te werken. Zelfs als je het vervroegd pensioen en het brugpensioen zou afschaffen, dan is nog maar de helft van de vergrijzingskosten gefinancierd."

Inzetten op een mix van pijlers

En dat een grote hervorming en een omvangrijk pakket maatregelen nodig zijn om ons pensioensysteem veilig te stellen, daar is iedereen het over eens. Een pensioen kan ook maar beter een mix zijn van zo veel mogelijk pijlers: een wettelijk pensioen, een aanvullend pensioen, wat men zelf bijeenspaart, en eventueel een eigen huis.

Jambon wil graag die 1e pijler versterken. "Wie meer heeft bijgedragen, moet meer krijgen. Niet het dubbele, maar een verschil moet er zijn. We hebben de hoogste belastingdruk van Europa, maar ons pensioen is niet in verhouding."

Iets waar Tobback moeite mee heeft. "De 2e pijler bestaat nu alleen maar omdat we die als overheid stimuleren. Als je pijler 1 uitbouwt, dan kan je niet meer investeren in die 2e pijler. Dan draag je meteen ook veel geld naar de groep die net solidair moet zijn met de rest."

Ook Sonja Becq (kleine foto) vraagt dat de 1e pijler vooral aandacht heeft voor de laagste inkomens, maar zij wil ook het aanvullend pensioen opentrekken. "Laat daar meer mensen toe en laat die allemaal meesparen. Nu hebben de hoogste inkomens het hoogste aanvullend pensioen."

Van 65 naar 67?

En moet er worden gemorreld aan de wettelijke pensioenleeftijd? Uiteindelijk is iedereen het erover eens dat vooral de werkelijke pensioenleeftijd omhoog moet. "Iemand die 80 jaar oud wordt, werkt 29 jaar. Die curve van 29 jaar werken en 51 jaar afhankelijk zijn van de staat moet in balans worden gebracht", zegt Rutten (kleine foto). "Sommige gelijkgestelde periodes moeten worden hervormd. Als je tijd voor jezelf neemt, dan kan je niet verwachten dat daar nog pensioenrechten tegenover staan."

"Wie nu vroeger stopt, krijgt al geen volledig pensioen. Moeten werken tot 67 jaar is een andere discussie", vindt Tobback. "Als we dat geleidelijk invoeren, dan zijn de babyboomers waarvoor we het doen, al met pensioen. Wie dan langer werkt, dat is de volgende generatie. De grote kosten zijn de brugpensioenen. Punt. Ik wil die leeftijd al optrekken tot 60 jaar, omdat mensen die een job hebben die altijd kunnen blijven uitoefenen. Iemand die vrijwillig met brugpensioen gaat, dat is iemand die een job had. Iemand die zijn job verliest op 54 heeft daar niet voor gekozen."

Voor Becq moet er vooral worden gewerkt aan maatregelen om ervoor te zorgen dat mensen een loopbaan van 45 jaar kunnen halen. "Er moeten voldoende momenten zijn om je werk te combineren met je gezin, anders houd je dat niet vol. Je moet je loopbaan kunnen aanpassen, opleidingen krijgen, vormingskansen geven. Zo moeten we mensen stimuleren dat ze die 45 jaar kunnen halen."

Jambon (kleine foto) ziet ook een oplossing in de aanpassing van de loonvorming. Nu krijgt een starter een laag loon en blijft dat stijgen tot het einde van de loopbaan. "Daarmee worden oudere werknemers uit de markt geprezen. De loonvorming moet rekening houden met de productiviteitsfactor", zegt de N-VA-fractieleider. "We vragen wel wat van de huidige generatie. Mensen die nu beginnen te werken, kijken op tegen een hoge staatsschuld, de babyboomers die met pensioen zullen gaan. We moeten kunnen verzekeren dat er in de toekomst nog iets inzit voor hen."

Wie zelf wil weten waar hij tijdens zijn oude dag recht op heeft, kan zijn pensioen zelf berekenen op deze website.