Vlaanderen viert, maar wat viert Vlaanderen?

Vandaag vieren we het feest van de Vlaamse Gemeenschap. Maar welke gebeurtenis herdenken we vandaag eigenlijk, en waarom? Rik Arnoudt ging het uitzoeken in Kortrijk, waar in 1302 de Slag der Gulden Sporen werd uitgevochten. Een Vlaams symbool, of toch niet?

Aan het stadhuis van Kortrijk wapperen de Vlaamse Leeuw en de vlag met de gulden sporen fier naast elkaar. In deze West-Vlaamse stad wordt vandaag de Guldensporenslag van 11 juli 1302 herdacht. Een overwinning van de noest werkende Vlamingen op de hooghartige Franse edelmannen, hebben velen onder ons op de schoolbanken geleerd. Een bezoek aan het museum Kortrijk 1302 leert ons dat de historische realiteit niet zo eenduidig is.

“Zo lang de leeuw kan klauwen, zo lang hij tanden heeft”, luidt een vers uit “De Vlaamse Leeuw”, het officiële Vlaamse volkslied. Een verwijzing naar het illustere jaar 1302, toen de Vlaamse klauwaarts met hun goedendags de Fransen en de leliaarts versloegen.

“Dat conflict heeft verschillende oorzaken”, legt historica Greet Verschatse van Kortrijk 1302 uit. Ten eerste was er een sociale dimensie: de tegenstellingen tussen de Vlaamse ambachtslui en de Franstalige patriciërs. De ambachtslui vonden steun bij de toenmalige Graaf van Vlaanderen, die als leenman van de koning van Frankrijk Kroon-Vlaanderen bestuurde, ruwweg wat vandaag Frans-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Zeeuws-Vlaanderen en een deel van Oost-Vlaanderen is. Graaf Gwijde van Dampierre (foto) had een conflict met de Franse koning Filips de Schone, een conflict over macht en invloed in het toenmalige rijke Vlaanderen.

“Er waren ook taalkundige tegenstellingen”, zegt Greet Verschatse, “maar de scheidingslijnen waren niet zo eenduidig. Niet alle Vlaamse strijders in de Guldensporenslag spraken Vlaams. Velen spraken Frans, voor zover ze tot de hogere sociale categoriëen behoorden.” Grote namen op het strijdtoneel waren onder meer Gwijde van Namen, een zoon van graaf Gwijde van Dampierre, en Willem van Gullik, een kleinzoon van de graaf. “Ga er maar van uit dat die twee geen Vlaams spraken”, zegt Greet Verschatse.

Een andere belangrijke figuur in 1302 was Jan van Renesse, zowat de militaire bevelhebber van de Vlamingen. “Renesse ligt in het huidige Zeeland”, legt Greet Verschatse uit. “Veel elitestrijders waren huurlingen. De rijke stad Brugge betaalde hen om mee te strijden.”

Bataille de Courtrai?

De onrust in Kroon-Vlaanderen beleefde een eerste hoogtepunt op 18 mei 1302, tijdens de Brugse Metten. Om de Fransen en de Fransgezinde Vlamingen van de “echte” Vlamingen te onderscheiden werd elke verdachte persoon gevraagd om “schild en vriend” uit te spreken. Zo moest blijken wie men mocht doden en wie niet. Veel Franstaligen vonden de dood, en de Franse landvoogd kon slechts ternauwernood ontsnappen.

Filips de Schone (foto) was woedend en beval dat de Bruggelingen en hun handlangers geen genade mochten kennen. Hij stuurde een leger om het opstandige gewest te straffen. De Vlamingen bundelden hun krachten en trokken zuidwaarts, de Fransen tegemoet.

“In Kortrijk was een grote Franse militaire versterking die gemakkelijk te omsingelen was”, zegt Greet Verschatse. Meteen een verklaring voor het waarom van het strijdtoneel aan de Groeningebeek.

Het resultaat van de veldslag kennen we intussen: het 8.000 man sterke Franse leger, onder wie 3.000 ridders te paard, ging roemloos ten onder tegen een leger van zo’n 8.000 man, onder wie een 350-tal edellieden. De Franse paarden liepen zich vast in de moerassige grond en kregen te maken met het Vlaamse voetvolk, gewapend met pieken, een schandelijke nederlaag. “Dat was mede te danken aan de defensieve houding van de Vlamingen”, verklaart Greet Verschatse. “Veel Vlamingen hadden hun paarden overigens doelbewust achtergelaten, waardoor ze de Franse ruiters beter konden aanpakken.” Tot daar de mythe van het Vlaamse voetvolk dat de Franse ridders vernederde.

In de 14e en 15e eeuw was de slag aan de Groeningebeek bekend als de “bataille de Courtrai”. De naam “Slag der Gulden Sporen” dateert uit de 18e eeuw.

In de Middeleeuwen golden vergulde sporen als symbool van de ridders. Volgens de overlevering werden de riddersporen na de Guldensporenslag opgehangen in de Kortrijkse Onze-Lieve-Vrouwekerk. De exemplaren die er vandaag nog hangen, zijn echter geen originele stukken meer (foto).

Hoe een legende een symbool werd

Over de Guldensporenslag zijn de voorbije eeuwen veel verhalen verteld, het ene al heldhaftiger dan het andere. Feit is dat de slag ook letterlijk een slag in het gezicht van de Franse koning was, hoewel Parijs later nog wel zijn gram zou halen: na de slag bij Pevelenberg in 1304 verloor Vlaanderen definitief gebieden in Frans-Vlaanderen aan de Franse kroon en moest het forse herstelbetalingen ophoesten.

In de 19e eeuw had het jonge België echter dringend nood aan symbolen om een eigen identiteit te creëren. In deze tijden van romantiek greep men maar al te graag terug naar het roemrijke verleden, zoals Frankrijk deed met Jeanne d’Arc. België herontdekte de Guldensporenslag als symbool van het streven naar onafhankelijkheid van een land. “De liberalen benadrukten de strijd voor de vrijheid, de socialisten de strijd tegen de onderdrukkers, de katholieken legden religieuze accenten”, zegt Greet Verschatse.

In de 19e eeuw schildert Nicaise De Keyser “De Slag der Gulden Sporen”, waarop auteur Hendrik Conscience “De Leeuw van Vlaanderen” inspireert. In 1906 wordt het Groeningemonument ingehuldigd in Kortrijk, een laat voorbeeld van de romantische verheerlijking van het verleden.

Na de Tweede Wereldoorlog claimt de Vlaamse Beweging de erfenis van de Guldensporenslag. “Het verhaal van de slag ondergaat de invloeden van zijn tijd”, verduidelijkt Greet Verschatse. Pas sinds 1973 is 11 juli officieel het Feest van de Vlaamse Gemeenschap. Het zoeken naar een identiteit en symbolen creëert tradities.

In Kortrijk gaat het leven dezer dagen zijn gewone gangetje. Binnen enkele dagen dopen het stadsbestuur en de plaatselijke middenstand de stad gedurende 3 dagen om tot “Klein Parijs”. “Drie dagen Franse sfeer in de binnenstad”, kondigen de spandoeken in de winkelstraten aan. “11 juli, dat zegt mij niet veel”, zegt een man op een zitbankje in het gloednieuwe shoppingcenter “K”. Hij wacht op zijn vrouw die aan het winkelen is.

Rik Arnoudt