NAVO draagt Afghaanse provincie Bamiyan over

In Afghanistan heeft de door de NAVO geleide ISAF-vredesmacht de centrale provincie Bamiyan overgedragen aan het Afghaanse leger. Bamiyan is de eerste van de zeven regio's die de NAVO wil overdragen aan de Afghanen.

De overdracht vond plaats tijdens een plechtigheid. Voor de gelegenheid waren tal van Afghaanse regeringsleden en buitenlandse ambassadeurs overgevlogen vanuit de hoofdstad Kaboel.

Voortaan zal het Afghaanse leger dus de veiligheid van de provincie verzekeren. Er blijft nog wel een eenheid van Nieuw-Zeelandse ISAF-troepen, maar die staan nu voorlopig onder Afghaans bevel.

Bamiyan is een groot berggebied ten westen van Kaboel en is vooral bekend van de grotten met grote Boeddha-beelden die in 2001 door de fundamentalistische taliban werden verwoest.

De provincie is een van de rustigste in Afghanistan en wordt vooral bewoond dor sjiitische Hazara's, gezworen vijanden van de soennitische taliban. De Hazara's waren (naast Oezbeken en Tadzjieken) de belangrijkste strijders in de vroegere Noordelijke Alliantie tegen de taliban. Als enige provincie in Afghanistan heeft Bamiyan een vrouwelijke gouverneur, Habiba Sorabi. 

Begin van de troepenafbouw

Na Bamiyan zullen er nog zes andere gebieden binnenkort onder Afghaanse controle komen. Daarbij zijn de streek rond Kaboel, de Panshir-vallei, Herat, Mazar-e-Sharif en twee andere stadsgewesten.

De NAVO zal telkens opvolgen hoe het Afghaanse leger erin slaagt om de controle over die gebieden te behouden. Als dat lukt, kan de terugtrekking van buitenlandse troepen verder opgevoerd worden.

Tegen 2014 zouden de gevechtsoperaties tegen de taliban door de NAVO worden overgedragen aan het Afghaanse leger. De buitenlandse troepen zouden zich dan vooral terugplooien in een ondersteunende rol en bijvoorbeeld de opleiding van de Afghaanse eenheden nog verzekeren. Hoe dan ook zal de buitenlandse troepenmacht fors afgeslankt worden.

Test voor Afghaanse leger

Bamiyan wordt dus een lakmoestest voor de manier waarop het Afghaanse leger en de regering in Kaboel de zaak kunnen rooien zonder buitenlandse troepen. Nogal wat mensen hebben twijfels over het grote, maar niet altijd efficiënte en betrouwbare leger.

Toch is er een precedent uit de recente geschiedenis. Na het vertrek van de Sovjettroepen in '88 verwachtte iedereen de snelle ineenstoring van het marxistische bewind van Najibullah. Het tegendeel bleek evenwel waar te zijn: de moeddjaheddin liepen zich te pletter op het Afghaanse leger, tenminste zolang dat beter was uitgerust door Moskou. Pas nadat de wapenleveringen vanuit de Sovjetunie waren stilgevallen en die vanuit Pakistan en Saudi-Arabië aan de moslimrebellen doorgingen, stortte het regime in Kaboel begin '92 in.