Houdt Spanje stand als dam in de eurocrisis?

Na Griekenland, Ierland en Portugal bedreigt de financiële crisis nu ook Spanje en Italië, twee grote landen in de eurozone. Als een van die twee valt, dan hebben we echt een probleem.
Een Spaans bankroet zou erger zijn dan de ondergang van de Armada in 1588.

Eind 2009 brak in Griekenland de eerste grote crisis van de eurozone uit toen bleek dat het begrotingstekort en de schuldenberg veel groter waren dan wat de vorige regering de EU had wijsgemaakt. Athene moest toen om internationale hulp vragen van de Europese Unie en het Internationaal Muntfonds (IMF) en nadien gingen ook Ierland en Portugal die weg op.

Tot voor kort bleef de onrust beperkt tot de kleine eurolandjes en waren de problemen dus vervelend, maar beheersbaar, teminste via een Europese noodfonds en IMF-geld voor in totaal 750 miljard euro.

Nu ook grote eurolanden zoals Spanje en Italië in de vuurlijn komen, is dat een ander paar mouwen. De voorbije maanden is de rente op staatsbons van Spanje en Italië fors aan het stijgen en die gaat boven de 6% in de richting van 7%. Dat is het peil waarop Athene, Dublin en Lissabon een internationale hulpkreet uitstuurden.

Spanje in de vuurlijn

Spanje is na Duitsland, Frankrijk en Italië de vierde economie van de eurozone en de schuldenberg is er zo groot als die van Griekenland, Ierland en Portugal samen.

Omdat ook de Spaanse economie groter is, vormt die schuldenlast ongeveer 65% van het bruto nationaal product. Dat is ongeveer het gemiddelde van de eurozone. Bij de Grieken is dat 140% en bij Italië 120%. Op het eerste zicht valt dat in Spanje dus nog mee, maar de onrust van de beleggers over Spanje is niet helemaal onterecht.

Zo is tijdens de crisis van 2007 en 2008 de vastgoedmarkt in Spanje in elkaar gestort na een decennium van ongebreidelde groei. Door speculatie met vastgoed en wanbetaling van dubieuze hypothecaire kredieten, is de banksector er in de problemen gekomen. Onlangs zijn vijf Spaanse banken "gebuisd" in de stresstest van de EU, meer dan in welk ander euroland ook.   

Tegelijk krimpt de rest van de economie fors in en is de werkloosheid gestegen tot boven 21%, het hoogste getal in de geïndustrialiseerde wereld. Bij de jongeren onder de 25 jaar is zelfs 43% werkloos. Er is weliswaar een grote "zwarte" economie waar veel mensen werken, maar daar verdient de overheid dus geen belastingen aan.

De "zilvervloot" maakt slagzij

De overheid kampte de voorbije jaren met een begrotingsgat van 11% tot 9% van het bruto binnenlands product. De linkse regering van premier José Luis Zapatero heeft daarop flink moeten besparen en dat heeft dan weer tot massaal straatprotest geleid. Dat er binnenkort vervroegde verkiezingen zijn, maakt de zaak er niet gemakkelijker op, want een stabiele regering is echt wel nodig om de economie op het juiste spoor te zetten.

Door al die heisa is Spanje de speelbal geworden van speculanten die bloed hebben geroken en bange beleggers die massaal hun Spaanse staatsobligaties dumpen en naar veiliger -veelal Duits papier- vluchten. Daarop is het "Griekse scenario" gevolgd met stijgende staatsrentes en afbrokkelende kredietratings (Aa2 bij Moody's, AA bij Standard & Poor's en iets hoger AA+ bij het mildere Fitch.

De Spaanse schuldenlast bedraagt meer dan 3.762 miljard euro en dat is meer dan die van Griekenland, Ierland en Portugal samen. De Spaanse economie is ook veel groter, maar die is de voorbije jaren fors ingekrompen en levert de overheid dus weinig belastinggeld op.

Lehman Brothers, Spanish style?

Als Spanje zou struikelen en buitenlandse hulp zou nodig hebben, zou die wellicht dan ook een paar honderden miljard euro bedragen. Concreet zouden de reserves van het Europese noodfonds EFSF (European Financial Stability Facility) meteen uitgeput raken of zelfs niet volstaan.

Dat fonds zou dan meteen weer met de schaal door de kerk moeten gaan en hulp vragen bij de toch al nukkige lidstaten in het noorden van Europa. Want een Spaans bankroet  zou erger zijn dan de ondergang van de Armada in 1588 (foto boven). Niet enkel de Spaanse banken zouden dan in de problemen komen, ook de buitenlandse. Het gaat dan vooral om banken uit Frankrijk, de Verenigde Staten, Duitsland en Groot-Brittannië. 

Met name zijn dat vooral de Britse bank Barclays (5,7 miljard aan Spaanse staatsbons en 17 miljard commerciële kredieten in dat land), maar ook ING (3 miljard staatsbons), BNP Paribas en Société Générale (telkens 2 miljard), maar ook Deutsche Bank (1 miljard). Meteen is duidelijk dat een crisis in Spanje met gedeeltelijk uitstel van betaling of wanbetaling een Lehman-effect dreigt te hebben in de toch al geteisterde bankwereld.

En dan het scenario waar niemand wil aan denken: Italië met een schuldenlast zo groot als die van Griekenland, Ierland, Portugal en Spanje samen. Als Rome brandt, hangt er wel een heel donkere schaduw over de eurozone, want de bereidheid om dat gigantische bedrag op te hoesten, zou dan wel eens zoek kunnen zijn.

Jos De Greef