Fietspaden scoren maar 4,5 op 10

De fietspaden in Vlaanderen liggen er erg oneffen bij. Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits (CD&V). In 16 gemeenten hebben mensen van de Fietsersbond alles samen 1.300 kilometer fietspaden afgefietst met een speciale meetfiets.

4,5 op 10 voor trillingscomfort, dat is de gemiddelde score van de onderzochte fietspaden. Die onvoldoende heeft verschillende oorzaken.

Zo worden nog vaak klinkers of tegels gebruikt voor de aanleg van een fietspad, terwijl asfalt of beton veel minder oneffen zijn. Ook gootjes liggen soms dwars over een fietspad. En bij verhoogde fietspaden is er een specifiek probleem.

"We zien langs de ene kant dat er bij de fietspaden die de laatste 6 jaar zijn aangelegd meer aandacht is voor het trillingscomfort, maar er zijn natuurlijk ook heel veel oudere fietspaden en daar is het nu zaak om die specifieke knelpunten proberen op te lossen", zegt minister Crevits (foto).

"We zien bijvoorbeeld dat gootjes vaak dwars over de weg worden gelegd. Je kan dat op andere manieren oplossen. Fietspaden die in kleinschalige materialen, in blokjes zijn aangelegd, gaan wat verzakken. Dus moet je die beter funderen. En het is mijn bedoeling om de fietspaden die eigendom zijn van de Vlaamse overheid, om de knelpunten in die 16 gemeenten, opgelost te krijgen."

Wat betreft de tussenruimte tussen het fietspad en de rijweg scoren onze fietspaden wat beter en de breedte van het fietspad is meestal in orde.

Volgens Bruno Coessens van de Fietsersbond liggen de scores "in de lijn van de verwachtingen". Hij hoopt wel dat de meting een kantelmoment kan zijn. "10 à 15 jaar geleden zijn we gestart met inspanningen rond de breedte van fietspaden en de tussenbreedte tussen het fietspad en de rijweg. Ik denk dat we de komende tien jaar vooral inspanningen moeten doen rond het rijcomfort", aldus Coessens.

De Fietsersbond heeft met speciale meetfietsen de fietspaden langs 16 Vlaamse gemeenten afgeschuimd. Het ging om de gemeenten Sint-Truiden, Beveren-Waas, Eeklo, Sint-Niklaas, Leuven, Lubbeek, Zemst, Knokke-Heist, Roeselare, Torhout, Zedelgem, Brasschaat, Heist-op-den-Berg, Rumst, Wijnegem en Antwerpen (deels).

Van de deelnemende gemeenten scoort de Vlaams-Brabantse gemeente Lubbeek het slechtst met een algemene score van 3,1 op 10 en de West-Vlaamse gemeente Knokke-Heist het best met 6,3 op 10, al lopen de scores binnen eenzelfde gemeente vaak fel uiteen.