Ratingverlaging verdeelt Washington nog meer

De politieke wereld in de Verenigde Staten heeft afgelopen weekend verdeeld gereageerd op de ratingverlaging door Standard & Poor's. Het zo al verdeelde Washington onderneemt weinig actie, maar blijft daarentegen met modder over en weer gooien, stelde correspondent Michiel Vos vast.

Afgelopen weekend verlaagde het ratingbureau Standard & Poor's (S&P) de kredietwaardigheid van de Verenigde Staten van AAA, het hoogste niveau, naar AA+, het op één na hoogste niveau. Het was de eerste keer in meer dan 80 jaar dat de kredietwaardigheid van de VS verlaagd werd.

In de Verenigde Staten veroorzaakte de ratingverlaging heel wat deining in de politieke wereld. Het zo al verdeelde Washington lijkt de boodschap niet begrepen te hebben, stelde correspondent Michiel Vos vast.

"Er wordt hard met modder gegooid. Dit is niet het moment waarop Washington bij elkaar is gekomen en heeft gezegd Standard & Poor's, we heard the message en we gaan nu aan het werk. Neen, er wordt met modder gegooid en dat tekent het klimaat hier", aldus Vos in "De ochtend".

Zaterdag, na de aankondiging van de ratingverlaging, was al duidelijk dat het Witte Huis niet opgezet was met de verlaging. Zeker niet omdat S&P een rekenfout van 2.000 miljard dollar had gemaakt, wat de geloofwaardigheid van de verlaging volgens het Witte Huis een flinke deuk gaf.

In de ochtendshows op televisie liet het Witte Huis afgelopen weekend verstaan dat "S&P een politiek spelletje speelt om zichzelf een betere naam te geven na het debacle van 2008, toen S&P de neergang niet zag aankomen", vertelt Vos.

Het Witte Huis wil het economische gedeelte van het rapport van S&P dan ook zo snel mogelijk vergeten. Het politieke gedeelte vindt het Witte Huis daarentegen veel interessanter. S&P stelt namelijk dat de zaak politiek muurvast zit in Washington en het Witte Huis wijst daarvoor met een beschuldigende vinger in de richting van de Tea Party, van de hardliners van de Republikeinse partij.

Ook de Democratische senator John Kerry richt zijn pijlen op de Tea Party. Dit is niet zozeer een ratingverlaging van de Amerikaanse economie, maar van de Tea Party, aldus Kerry. Want die minderheid van de minderheidspartij in Washington heeft ervoor gezorgd dat we nu met dit debacle zitten, klonk het.

In Republikeinse kringen klinkt dan weer dat niet op de boodschapper mag geschoten worden. Wie durft ontkennen dat het rapport van S&P iets waars zegt over de Amerikaanse economie, vroeg de Republikeinse senator John McCain zich af. "Het gaat hier niet goed."

Intussen heeft de Amerikaanse minister van Financiën Timothy Geithner (onderste foto, links van Barack Obama), die al een tijd onder vuur ligt, laten verstaan dat hij zeker op post wil blijven. "Ik vraag me af of zijn positie, nu hij blijft, goed is voor de rust en stabiliteit van de markt. Ik denk dat de markt op zoek is naar meer tekenen van rust en stabiliteit", meent Michiel Vos.