50 jaar geleden werd de Berlijnse muur gebouwd

In de Duitse hoofdstad Berlijn wordt vandaag de bouw van de Muur herdacht, die 50 jaar geleden begon. Pas in 1989 viel de "muur van de schande", het symbool van de Koude Oorlog. Bijna een jaar later zouden Oost- en West-Duitsland weer één worden. Vlaming Jan Lensen woont in Berlijn en blikt terug.

Een dubbele strip kasseistenen loopt van het noordwesten naar het zuidoosten door de stad. Hij meandert door straten, kruist voetpaden, zoekt zich een weg langs de gebouwen op zijn pad. Een onoplettende wandelaar of gehaaste fietser merkt er nauwelijks iets van. Ik ben zo’n fietser, op weg van Kreuzberg naar een afspraak in Mitte, het centrum van Berlijn. Halverwege, net voorbij het Joodse Museum, kruist de kasseistrip mijn pad.

“Hop,” denk ik even, “van west naar oost.” Zo makkelijk gaat dat. Niets doet vermoeden dat hier ooit een vier meter hoge betonnen wand stond, bewaakt door zwaar bewapende soldaten: de Berlijnse Muur. Niet enkel sneed die de stad in twee delen; hij splitste de wereld 28 jaar lang op in een westelijke en een oostelijke hemisfeer.

Vandaag is het precies 50 jaar geleden dat met de bouw ervan begonnen werd. In de nacht van 12 op 13 augustus 1961 werden straten opengebroken, betonpalen in de grond geslagen, prikkeldraad gespannen.

Als Vlaming die pas onlangs in Berlijn is komen wonen, heb ik weinig voeling met die geschiedenis. Ik ken ze enkel van geschiedenisboeken met foto’s van oude speechende mannen, wanhopige burgers en van een soldaat die over prikkeldraad springt en het westen invlucht.

Via mijn schoonouders leer ik Horst en Doris Franke kennen, voor wie het leven tijdens die nacht een dramatische wending nam. “Het kwam als een totale verrassing,” zegt Doris, die als 18-jarig meisje in het oostelijke deel van de stad woonde. “Het was al langer duidelijk dat men de leegloop van de DDR wou stoppen, maar het radicale en definitieve karakter van de scheiding heeft ons allen geschokt.”

Doris raakte gescheiden van haar West-Berlijnse verloofde Horst, voor wie Oost-Berlijn verboden terrein werd. Toch slaagde hij erin een Ausweis te verkrijgen en via een hulporganisatie kon hij met Doris contact houden. Omdat de situatie echter onhoudbaar werd, beraamde Horst het plan om Doris via de hulporganisatie naar West-Berlijn te smokkelen. Verstopt in een smalle houten kist op de bodem van een vrachtwagen, werd ze tijdens een kille februarinacht in 1963 via Checkpoint Charlie over de grens gevoerd. “Ik herinner me dat ze met spiegels de onderkant van de vrachtwagen afzochten,” vertelt Doris. “Angst had ik echter niet. Ik wist dat het zou lukken.”

Ik sta versteld van het gemak waarmee ze over de ontsnapping vertelt. Het lijkt een fait divers, een spannend avontuur. “We beseffen natuurlijk dat we veel geluk gehad hebben,” zegt Horst. “Twee vriendinnen probeerden het iets later ook, verstopt in koelwagens vol varkensvlees, maar werden ontdekt en kregen drie jaar cel. Maar we waren ook wel wat gewoon. Vergeet niet dat we de oorlog van heel nabij meegemaakt hadden.”

Zelf was hij niet bij de uitvoering van de ontsnapping betrokken. Alles verliep via een ketting van tussenpersonen. Aan de Schlachtensee, in het zuidwesten van Berlijn, wachtte hij haar op. Met hun hereniging begon een nieuw leven in het westen, een leven waarop vele anderen nog lang zouden moeten wachten.

Jan Lensen