Kinderen Nederlands tehuis stierven natuurlijke dood

De jongens die begin jaren 50 in een katholieke psychiatrische instelling in het Nederlands-Limburgse Heel overleden, zijn niet op een verdachte manier aan hun eind gekomen. Onderzoek van hun overlijdensaktes toont aan dat de meesten van hen bezweken aan een infectieziekte.

Het was de commissie-Deetman die alarm sloeg. De commissie onderzoekt het misbruik in de Nederlandse Rooms-Katholieke kerk. Uit dat onderzoek bleek dat tussen 1952 en 1954 in Sint Joseph in Heel opvallend veel kinderen overleden waren. Sint-Joseph was een instelling voor jongens met een verstandelijke handicap. In totaal stierven er 34 jongens.

Verdacht, vond het Openbaar Ministerie dat een onderzoek instelde. Het Centraal Bureau voor de Statistiek nam op vraag van enkele televisiezenders de overlijdensaktes van de jongens onder de loep.

Die analyse toonde aan dat bij alle jongens die in 1952 en 1953 overleden, een natuurlijke doodsoorzaak was vastgesteld. Het blijft wel onduidelijk of de arts de sterfgevallen ook echt onderzocht.

In de helft van de gevallen zijn de jongens overleden aan een infectieziekte, zoals een virus of een longontsteking. De anderen bezweken aan een aangeboren afwijking of aan andere aandoening, zoals kanker.

Het Nederlandse Openbaar Ministerie wil geen commentaar geven zolang het onderzoek loopt. De zaak is intussen verjaard, maar er loopt wel nog een onderzoek naar eventuele nabestaanden. Dat onderzoek moet ook uitwijzen of het bisdom en de kinderbescherming die op de hoogte waren van het hoge aantal overlijdens, de zaak eventueel in de doofpot hebben gestopt.