"Informatie niet bewust achtergehouden"

De voormalige Leuvense onderzoeksrechter Kristof Van Impe, die de moord op Annick Van Uytsel onderzocht, betreurt dat de politiemensen niet voldoende informatie aan hem hebben doorgegeven. Maar volgens Van Impe werd de informatie niet bewust achtergehouden.

Op het assisenproces tegen Ronald Janssen is vanmorgen onderzoeksrechter Kristof Van Impe aan het woord geweest. Van Impe voelde naar eigen zeggen al van bij het begin dat het dossier over de verdwijning van Annick Van Uytsel geen gemakkelijke zaak zou worden. Hij vroeg daarom om een vast speurdersteam.

Toen de onderzoeksrechter merkte dat er spanningen waren tussen de speurders, liet hij dat ook weten aan hun oversten, maar hij heeft nooit gemerkt dat er is ingegrepen. Hij benadrukte wel dat de politiemensen erg hard gewerkt hebben.

Van Impe getuigde dat hij twee keer de naam Ronald Janssen heeft gehoord, twee keer in 2008, maar die informatie was beperkt. Hij kreeg ook nooit de lijsten met mogelijke verdachten te zien en wist niet dat de lokale politie Janssen als een belangrijke verdachte beschouwde.

Van Impe betreurt dat de politiemensen niet voldoende informatie hebben doorgegeven. "Als ze mij hadden willen spreken, dan stond mijn deur open", zei hij in de rechtszaal. Maar hij denkt niet dat de informatie bewust werd achtergehouden. Volgens hem is het normaal dat niet alle mogelijke sporen tot bij de onderzoeksrechter komen. "Ik veronderstel dat het moest worden gezien als een denkpiste of werkhypothese."

"Na het dossier Van Uytsel heb ik persoonlijk zeer veel geleerd en ik hoop dat de politie ook veel heeft geleerd. Informatiebeheer en communicatie onderling zijn belangrijk. Wie ben ik, als er bij overlegmomenten terughoudendheid of passiviteit optreedt bij de politiemensen," aldus Van Impe. Door alle kritiek die er op de zaak is gekomen, is Van Impe inmiddels gestopt met zijn werk als onderzoeksrechter.