Steve Jobs, de visionair achter Apple

Als de drijvende kracht achter de thuiscomputer en stichter van Apple Inc. is de energieke pionier van de computerrevolutie Steve Jobs nog tijdens zijn leven uitgegroeid tot een mythe.

Steven Paul Jandali, zoals hij echt heet, is de zoon van een Syrische immigrant en een Amerikaanse vrouw. Jobs is de naam van zijn adoptie-ouders en is misschien een vingerwijzing naar de 50.000 mensen die voor computerreus Apple werken.

De jonge Jobs bakte er niets van op school en hing een tijdje rond in India, waar hij boeddhist werd, al is er weinig zen te bespeuren in zijn carrière die als in sneltreinvaart door Silicon Valley raasde, steeds een straat voor op zijn rivalen.

Na zijn terugkeer uit India werkte Jobs voor het computerbedrijf Atari. Computers waren toen nog logge en erg dure machines die buiten bereik waren van individuele consumenten.

Samen met zijn vriend Steve Wozniak knutselde Jobs in de garage van zijn ouders in Cupertino in Californië een zelfbouwkitcomputer in elkaar, de Apple I. Dat was een moederbord met klavier, niet meer dan een speeltuig voor computerhobbyisten. 

Een jaar later richtten de twee Steve's het bedrijfje Apple op, dat met de Apple II een heuse thuiscomputer met floppy drive op de markt bracht. Die nog altijd relatief dure Apple II maakte thuiscomputeren voor academici en bedrijven wel mogelijk, zeker nadat een eerste versie van spreadsheet, de VisiCalc, er een echt commercieel nut aan verleende.

De Macintosh-revolutie

Tot dan toe werden computers bestuurd via ingewikkelde bevelen die met een klavier werden ingevoerd. Bij een bezoek aan rivaal Xerox had Jobs een revolutionair idee opgemerkt: de GUI (graphical user interface) of een interactie waarbij vensters, knoppen, pictogrammen en dergelijke kunnen worden aangeklikt op een scherm, meestal via gebruik van de computermuis. 

In '84 lanceerde Apple zijn eerste computer met dat systeem: de Macintosh (of Mac). Dat gebeurde met een opgemerkte reclamespot gebaseerd op het boek "1984" van George Orwell, waarin de boze Big Brother gelijkgesteld werd met computergigant IBM. De Mac was een schot in de roos en kon vooral grafische toepassingen aan waar andere computermerken slechts van konden dromen.

Tegelijk vond bij Apple zelf echter een andere revolutie plaats: Jobs kwam in conflict met CEO John Sculley, die hijzelf had binnengehaald, en werd in '85 aan de kant gezet.

Meteen na zijn vertrek kocht Jobs de grafische afdeling van Lucasfilms, die onder de naam Pixar digitale technologie voor films ontwikkelde en in 1995 geschiedenis schreef met de eerste digitale cartoon "Toy Story". In 2006 werd Pixar overgenomen door Disney Corp, waarbij Jobs de grootste aandeelhouder van Disney werd.

In '86 richtte de duizendpoot Jobs bovendien het bedrijf NeXT op, dat niet echt een succes werd, maar wel revolutionaire software ontwikkelde. In '96 werd NeXT overgenomen door Apple Inc., dat software van NeXT integreerde in het besturingssysteem Mac OS X. Tegelijk keerde Jobs terug als adviseur bij Apple.

"Return of the Jedi"

Apple was intussen totaal verdrongen door rivalen als IBM, Dell, Compaq en consoorten -die allen dreven op Windows van Microsoft- dat niet aarzelde om ideeën uit de Mac over te nemen. Nadat in '97 Steve Jobs opnieuw CEO was geworden bij Apple, kwam een verrassende ommekeer.  De hakbijl ging door het personeelsbestand en door tal van projecten en Apple zou opnieuw de concurrentie vooruitsnellen.

In '98 lanceerde Jobs zijn eerste nieuw revolutionair product: de iMac, de halfdoorzichtige alles-in-eencomputer (beeld en moederbord), verkrijgbaar in blitse kleuren en via USB verbonden met randapparatuur. Weg was de floppydisc, USB-aansluitingen en internet vervingen die.

De iMac was de eerste van een nieuwe lijn producten, die telkens met evenveel Schwung werden aangekondigd als revolutionair en dat ook wel waren. In 2001 lanceerde Apple de mp3-speler iPod en in 2007 de iPhone, een combinatie van iPod en smartphone. Met iTunes bouwde Apple ook een mondiale onlinemuziekwinkel uit. In 2010 volgde de tabletcomputer iPad, een grote versie van de iPod. De beleggers reageerden enthousiast op de "renaissance" van het computerikoon en stuwden de koers gevoelig hoger.

Als Jobs niest, daalt de beurskoers

Net tijdens die wederopstanding van Apple ging het minder goed met de gezondheid van Jobs zelf. In 2004 overleefde hij alvleeskanker na een succesvolle operatie. In 2009 onderging hij een levertransplantatie.

Telkens werd Jobs vervangen door zijn adjunct, de al even dynamische, maar wel meer discrete Tim Cook, maar toch ging de beurskoers telkens onderuit.

In januari 2011 kondigde Jobs dan zelf aan dat hij met ziekteverlof ging en de dagelijkse lelding in handen van Tim Cook liet. Wel zou hij zelf nog de strategie van Apple in grote lijnen uitzetten, maar het bedrijf zal het nu zonder de ongekroonde koning van Silicon Valley moeten doen.

Jos De Greef