41 jaar verbouwingswerken aan huis België

Sinds 1970 wordt België stap voor stap omgevormd van een unitaire tot een federale staat. De ene staatshervorming leidde als het ware de volgende in. Met de recent afgesloten akkoorden zijn we al aan de zesde staatshervorming toe. Een overzicht van 41 jaar verbouwingswerken.
De (toekomstige) premiers onder wie een staatshervorming werd gesloten. Vlnr. Eyskens V, Martens III en VIII, Dehaene I, Verhofstadt I en Di Rupo I

1970 - eerste staatshervorming

Regering: Eyskens V

  • herstel van het evenwicht in de nationale instellingen (evenveel Vlamingen als Franstaligen in de regering)
  • blokkeringsmechanismen voor de Franstalige minderheid in de Kamer, zoals de alarmbelprocedure.
  • autonomie op vlak van taal en cultuur: oprichting cultuurgemeenschappen met eigen cultuurraden (vertegenwoordigers van de taalgroepen in het nationale parlement).
  • De cultuurgemeenschappen worden bevoegd voor cultuur, taalwetgeving en bepaalde onderwijsmateries.
  • De cultuurraden kunnen eigen decreten uitvaardigen die worden uitgevoerd door de minister van Cultuur (één per taalgroep) in de nationale regering.
  • Op vraag van Wallonië, dat meer economisch zelfbestuur nastreeft, wordt de opdeling van het land in gewesten, bevoegd voor sociaal-economische zaken, in de Grondwet opgenomen. Een concrete invulling komt er echter nog niet.

1980 - tweede staatshervorming

Regering: Martens III

  • De cultuurgemeenschappen worden omgevormd in gemeenschappen (Vlaamse, Franse en Duitstalige Gemeenschap), bevoegd voor persoongebonden aangelegenheden (jeugdbeleid, sport, gezondheidszorg).
  • De gewesten krijgen vorm: er komt een Vlaams en Waals Gewest (over Brussel wordt nog in alle talen gezwegen), bevoegd voor plaatsgebonden materie in de sociaal-economische sector (werk, economie, leefmilieu, ruimtelijke ordening).
  • De gemeenschappen en gewesten krijgen elk een eigen uitvoerende macht (in die tijd de "Vlaamse executieve" genoemd) en volksvergadering. Vlaanderen kiest ervoor om de uitvoerende machten en raden van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest te laten samensmelten in één executieve en één raad.
  • Oprichting van het Arbitragehof, dat moet oordelen over geschillen tussen de verschillende gemeenschappen en of gewesten.

1988-1989 - derde staatshervoming

Regering: Martens VIII

  • De gemeenschappen worden volledig bevoegd voor onderwijs.
  • Oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: een tweetalig gewest bestaande uit 19 gemeenten. Het Brussels Gewest krijgt een eigen volksvergadering (de Brusselse Hoofdstedelijke Raad) en een eigen uitvoerende macht.
  • De Vlaamse en Franse Gemeenschap blijven in Brussel wel bevoegd voor cultuur, onderwijs en gezondheidszorg. Daarvoor worden de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en de Communauté Communautaire Française (Cocof) opgericht. Zij bestaan uit verkozenen van de eigen taalgroep in de Hoofdstedelijke Raad.
  • De gewesten krijgen meer economische bevoegdheden. Ook de bevoegdheden verkeer en openbare werken worden overgeheveld naar de gewesten.
  • Er komt een financieringswet die de geldstromen naar de deelstaten regelt en dus de budgetten van de deelstaten bepaalt (opgesteld door de zogenoemde Toshiba Boys).

1993 - Sint-Michielsakkoord

Regering: Dehaene I

  • België wordt formeel omgevormd tot een federale staat. In artikel 1 van de Grondwet staat voortaan te lezen: "België is een federale staat, samengesteld uit de gemeenschappen en de gewesten". Bij de toenmalige CVP-top wordt deze staatshervorming het "dak op het huis" genoemd.
  • De bevoegdheden van de gemeenschappen en gewesten worden uitgebreid: zij kunnen voortaan zelf verdragen met andere landen afsluiten over hun bevoegdheidsdomeinen.
  • Het dubbelmandaat wordt afgeschaft. Het is niet langer mogelijk om zowel in het nationale als in een deelstaatparlement te zitten.
  • De leden van de deelstaatparlementen worden voortaan rechtstreeks verkozen.

2001-2002 - Lambermontakkoorden

Regering: Verhofstadt I

  • De bevoegdheden buitenlandse handel, landbouw en binnenlands bestuur worden naar de gewesten overgeheveld. Onder binnenlands bestuur valt onder meer de gemeente- en provinciewet. De gewesten voeren voortaan het administratieve toezicht op ondergeschikte besturen uit. Met deze overheveling wordt Vlaanderen ook bevoegd voor het benoemen van de burgemeesters in de Vlaamse rand rond Brussel.
  • De gewesten krijgen bijkomende fiscale bevoegdheden.
  • Er komt een betere financiering van de gemeenschappen (onder meer meer geld voor onderwijs, een tegemoetkoming aan de Franstaligen)
  • De bevoegdheden van het Arbitragehof (dat sinds 2007 het Grondwettelijk Hof heet) worden uitgebreid. Het hof werkt in volledige onafhankelijkheid en kan voortaan wetsbepalingen nietig verklaren als die in strijd zijn met de wettelijke bevoegdheidsverdeling.

2011 - zesde staatshervorming

Regering: wellicht Di Rupo I

  • Het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde wordt gesplitst. Er komt (voor de Kamer en Europa) een kieskring Brussel met de 19 tweetalige Brusselse gemeenten. De oude kieskring Leuven en de afgesplitste kieskring Halle-Vilvoorde worden samengevoegd tot de provinciale kieskring Vlaams-Brabant. De inwoners van de 6 faciliteitengemeenten rond Brussel krijgen een dubbele kiesbrief voor Vlaams-Brabant en Brussel.
  • Met het begrip "dienstdoend burgemeester" wordt een oplossing gevonden voor de kwestie van de niet-benoemde burgemeesters in de faciliteitengemeenten.
  • Hervorming Brussels Gewest. Een aantal bevoegdheden komen in handen van het Brussels Gewest, zoals veiligheid en het schoonmaken van de straten. Er komt een centraal plan voor het hele gewest inzake mobiliteit en parkeerbeleid. De 6 politiezones moeten meer samenwerken en het Brussels Gewest krijgt meer armslag over de begroting van de politiezones.
  • De financieringswet wordt hervormd: de gewesten krijgen meer fiscale autonomie (ten bedrage van 10,7 miljard). Er wordt een reeks bevoegdheden overgeheveld, zoals kinderbijslag en delen van het gezondheids- en arbeidsmarktbeleid (ter waarde van 17 miljard euro). Er komt ook een bonus-malussysteem om een (in)efficiënt werkgelegenheidsbeleid te belonen of te bestraffen. Brussel krijgt 461 miljoen extra.
  • Het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde wordt gesplitst. Er komt een Nederlandstalig parket in Halle-Vilvoorde en een tweetalig parket in Brussel. De rechtbanken blijven in Brussel, maar worden ontdubbeld in een Nederlandstalige en een Franstalige rechtbank.
  • Samenvallende verkiezingen worden mogelijk. De federale legislatuur wordt opgetrokken naar 5 jaar. Gewesten en gemeenschappen kunnen zelf beslissen of ze de verkiezingen laten samenvallen met de federale en Europese verkiezingen. Pas na de verkiezingen in 2014 kan deze regeling ingevoerd worden na goedkeuring met tweederde meerderheid door het nieuwe parlement.
  • Nieuwe ministers moeten een "examen" afleggen in het parlement. Wie verkozen raakt op een lijst, moet effectief zijn zetel innemen in dat parlement. Zo wordt komaf gemaakt met schijnkandidaten.