China herdenkt 100 jaar revolutie

Honderd jaar geleden brak in China een opstand uit die een jaar later leidde tot de val van het keizerrijk en de oprichting van een republiek. De revolutie van 1911 wordt beschouwd als het begin van het moderne China.

Het eens zo machtige keizerrijk was op dat ogenblik al meer dan een eeuw in verval. Er was ongenoegen over de groeiende westerse invloed in China, over het verlies van invloed in de wereld en het onvermogen van de keizerlijke dynastie, de Qing (1644-1911), om het land te moderniseren. Bovendien werden die Qing-keizers wegens hun Mandsjoe-afkomst ook beschouwd als vreemde overheersers.

De hele 19e eeuw was er een touwtrekken tussen conservatieven en modernisten aan het hof, maar de eerste clan was er in geslaagd om veranderingen tegen te gaan. In 1898 overtuigde de hervormer Kang Youwei de jonge keizer Guangxu om snel hervormingen door te voeren. Kang wou onder meer een evolutie naar een parlementaire monarchie doorvoeren, maar  een conservatieve paleiscoup maakte daar een einde aan. Kang moest vluchten en de keizer verdween van het toneel. 

Voortaan zou een meer radicale modernist, Sun Yat-sen, het vaandel van de modernisten overnemen. Sun wou het keizerrijk vervangen door een republiek en komaf maken met oude gewoonten zoals pauwenveren, traditionele kledij en het scheren van het voorhoofd en het bundelen van haar in paardenstaarten, een Mandsjoe-traditie die in China verplicht was. Sun Yat-sen moest vluchten, maar bouwde vanuit balingschap contacten uit met ondergrondse groepen en organiseerde regelmatig opstanden die echter telkens werden neergeslagen. 

Het leger komt in opstand

Om de talrijke religieuze, etnische en poltieke opstanden neer te slaan, waren eerder de traditionele Mandsjoe-legers met horden krijgers te paard onvoldoende gebleken. Daarom had het keizerrijk een modern leger opgericht op westerse leest met moderne uniformen, geweren en kanonnen. Dat New Army kreeg evenwel al snel een grote invloed en stak het keizerlijk hof naar de kroon.

Op 10 oktober 1911 brak in de stad Wuchang in het centrum van het land een muiterij uit van soldaten van dat nieuwe leger. De lokale overheid blunderde en verloor de greep op de situatie.

Ondergrondse revolutionaire bewegingen die banden hadden met de republikeinse groep rond Sun Yat-sen schaarden zich achter de opstand die zich snel uitbreidde naar het centrum en het zuiden van China. Sun Yat-sen keerde terug en riep op 1 januari 1912 in de oostelijke stad Nanjing de Republiek China uit.

Het was echter generaal Yuan Shikai (foto), de bevelhebber van het New Army, die een hoofdrol zou spelen. Zijn troepen sloegen aanvankelijk de opstandelingen terug, maar Yuan knoopte al snel geheime onderhandelingen aan met de revolutionairen. Toen die hem het presidentschap aanboden, dwong generaal Yuan de jonge keizer Hsuantong Puyi op 12 februari 1912 tot aftreden. China was een republiek geworden en zijn dubbelrol had generaal Yuan het presidentschap opgeleverd.

China verzinkt in chaos

Een jaar later, in 1913, werden de eerste parlementsverkiezingen gewonnen door de Kuomintang, de nationalistische volkspartij van Sun Yatsen. President Yuan Shikai was echter niet van plan om de macht af te staan en liet KMT-kopstukken vermoorden. Sun lanceerde daarop een nieuwe revolutie, maar die werd door het leger neergeslagen.

Het militaire regime van president Yuan Shikai bleef tot zijn dood in 1916 oppermachtig. Daarna streden regionale commandanten om de macht en de volgende decennia zou China worstelen met krijgsheren die elkaar bevechten.

De nationalisten van Sun Yat-sen (links) zouden in het zuiden hun eigen regering vestigen, maar dat was slechts een van de talrijke elkaar bestrijdende machtspolen in China. Pas eind de jaren 20 zou Suns opvolger, generaal Chiang Kai-shek, China herenigen door een aantal krijgsheren te verslaan en anderen in te lijven. 

Dat nieuwe China kreeg in de jaren 30 te maken met een Japanse invasie, een gedeeltelijke bezetting en grote verwoestingen. Na de Tweede Wereldoorlog stortte het regime van Chiang in elkaar en maakten de communisten van Mao Zedong van het machtsvacuüm gebruik om hun Volksrepubliek uit te roepen op het vasteland. De Republiek China bleef voortbestaan op Taiwan.

Meer dan een halve eeuw later is China eerst door een spiraal van marxistische experimenten en daarna een economische liberalisering getrokken. De voorbije decennia is het land economisch weer in opgang, maar politiek blijft een erg repressief en corrupt regime heersen. De idealen van de revolutie van 1911 (nationalisme, welvaart en democratie) zijn nog altijd niet gerealiseerd.

Jos De Greef