De mollen zijn opvallend vroeg en vooral met veel

Er zitten opvallend veel mollen in de grond, en de diertjes zijn al vroeg op het jaar begonnen aan hun gangenstelsel. Dankzij het warme voorjaar konden de mollenjongen bij comfortabele temperaturen opgroeien. Tijdens de natte zomer waren er ook veel wormen, het lievelingseten van de mol.

Dankzij de voor mollen gunstige weersomstandigheden hebben meer mollen dan anders de zomer overleefd. Elk jaar stijgt de populatie mollen in ons land. Dat komt omdat de natuurlijke vijanden van de mol, roofvogels en vossen, in ons land met te weinig zijn om het mollenbestand op dezelfde hoogte te houden.

Heel wat mollen zijn zich al aan het nestelen, dat is vroeger dan andere jaren. "In de zomer zwerven mollen rond, maar eigenlijk zijn ze erg territoriaal aangelegd", vertelt mollenvanger Luc Belmans van Exit Mol uit Geel in Het Nieuwsblad op zondag.

"In het najaar vestigen ze zich in een domein van zo'n 400 vierkante meter. Daar bouwen ze een gangenstelsel uit en het teveel aan aarde duwen ze naar boven, vandaar de molshopen. Dit jaar zijn ze er opvallend vroeg bij."