"En dan nu: verenigen!"

In Frankrijk moet François Hollande proberen wat zijn ex in 2007 niet gelukt is: Nicolas Sarkozy verslaan bij de presidentsverkiezingen volgend jaar. De druk op zijn schouders is zwaar, want sinds François Mitterrand (1981-1995) moeten de socialisten toekijken hoe rechts het roer in handen heeft. Intern ging de partij ook door woelig water, de rangen moeten nu gesloten worden. Er wacht de socialistische presidentskandidaat dus een dubbele uitdaging.

François Hollande verheugde zich gisteravond over het "duidelijke mandaat" dat hij bij de voorverkiezingen gekregen heeft. De voorlopige resultaten geven hem 56 procent van de stemmen, tegenover 44 voor Aubry. Als die marge veel nipter geweest was, zou dat de positie van de PS-kandidaat al meteen verzwakt hebben. Maar in procenten zit Hollande dus stevig in het zadel.

Het is nu uitkijken of Hollande de "rassemblement" kan waarmaken die hij zo vaak predikte tijdens zijn campagne. Hij wil iedereen verenigen, te beginnen binnen zijn eigen partij. Martine Aubry deed al snel wat ze zichzelf opgelegd had: zich openlijk achter Hollande scharen om hem naar het presidentschap te leiden in 2012. Van harte zal dat echter niet geweest zijn, want de twee hebben een koele verstandhouding. Dat ze uit dezelfde socialistische "stal" komen (zij als dochter van gewezen Europees Commissievoorzitter Jacques Delors en hij als zijn spirituele zoon) is dus geen garantie op een hechte vriendschap.

De vier afgevallen kandidaten van de eerste ronde – zowel van de linker- als de rechterzijde van de PS – kozen in de aanloop naar de tweede ronde wel al partij voor Hollande. Het feit dat Hollande zelf een centrumfiguur is, is daar niet vreemd aan. Het is zijn sterkte, maar tegelijkertijd ook zijn zwakte.

Is Hollande niet hard genoeg?

Bij veel partijleden en aanhangers klinkt de omschrijving "compromisfiguur" ook pejoratief. Het betekent dat Hollande voor een deel van de socialisten niet hard genoeg op tafel klopt en niet kordaat genoeg is, een eigenschap die Aubry wel toegedicht wordt. Zij kon ook haar ervaring als minister voorleggen en die heeft Hollande niet. Hij stond wel meer dan tien jaar aan het hoofd van de partij.

Maar los van de verschillende persoonlijkheden, zal de inhoudelijke koers van Hollande niet fundamenteel verschillen van die van Aubry. Ze stonden allebei achter het socialistische project, uiteraard, en legden daarbovenop eigen accenten.

Hollande wil bijvoorbeeld 500.000 "generatiecontracten" in het leven roepen. Bedrijven die een jongere aan werk helpen en die een oudere werknemer in dienst houden, zouden zo weinig mogelijk belast worden. En in het onderwijs, waar onder president Sarkozy veel banen gesneuveld zijn, wil hij opnieuw 60.000 banen creëren.

Voor hij die plannen kan doorvoeren, moet hij dus eerst president worden. Hollande zal de degens moeten kruisen met huidig president Sarkozy, al laat zijn officiële kandidatuur nog op zich wachten. Op dit moment heeft het er alle schijn van dat Hollande hem kan verslaan. Maar in een politiek leven kan er in een halfjaar tijd veel verkeerd gaan. Vraag maar aan DSK, de man die een halfjaar geleden nog de vanzelfsprekende presidentskandidaat voor de PS was.

Sofie Vander Donckt