Is China in moreel verval?

Het was even schrikken toen ik gisterenmorgen Chinese tijd het nieuws las op een blog uit Sjanghai : een tweejarige peuter werd in een Kantonees industriestadje tot tweemaal toe aangereden door een bestelwagen, en bleef levenloos liggen op de weg. In de 7 minuten die daarop volgden keken maar liefst 18 voorbijgangers bewust de andere kant op, laat staan dat ze de hulpdiensten verwittigden. Tot een straatveegster het kind opmerkt en om hulp schreeuwt. Het meisje (foto bovenaan met haar moeder) zou later in het ziekenhuis bezwijken aan haar verwondingen.

Het hele drama werd gefilmd door een bewakingscamera en mee op het internet gegooid. Als vader van twee jonge kinderen in China, onder wie een peuter van twee, heb ik de pijnlijke beelden niet durven te bekijken. De geschreven versie vertelde me genoeg. Ik heb ook enkele uren gewacht voor ik het nieuws via sociale media zoals Twitter en Facebook verder verspreid heb, zo geschokt was ik. Toen België wakker werd, was het wereldwijd al een headline.

De storm van verontwaardiging die hierop volgde, was uiteraard gigantisch. Niet in het minst in China zelf, waar microbloggers zelf een onderzoek startten om de daders te vinden die niet veel later door de politie werden opgepakt. “Ons land is in moreel verval! Ons land is ziek!” schreeuwden ze in hun commentaren. “We zouden nog vlugger een hond of een kat redden.” Of ook : “Executeer de daders onmiddellijk!”, “Hoe durft zo’n moeder haar kind zomaar achterlaten? Haar treft ook schuld!”

Is dit een alleenstaand geval, of is hier meer aan de hand? Is dit, zoals sommigen het stellen, een voorbeeld van "de kanker" die aan China vreet door de razendsnelle ontwikkeling van de voorbije decennia, waarbij alleen het eigenbelang primeert en de rest kan stikken? Of is dit een product van een meedogenloos communistisch regime dat haar best heeft gedaan om elke religie en dus ook elke notie van naastenliefde van de kaart te vegen?

Niet de eerste keer

Ik signaleerde onlangs het verhaal van een (buitenlandse) fietser die in het centrum van Peking werd aangereden en 3 uur later wakker werd. Naast zijn fiets, in een plas bloed. Op dezelfde plek waar het ongeval gebeurd was. Niemand was gestopt om te helpen. Toen de jongeman uiteindelijk naar een ziekenhuis werd gebracht, werd hem hulp geweigerd "omdat het een feestdag was". Of het schokkende verhaal van een kind dat was aangereden en door dezelfde bestuurder in achteruit nog eens werd overreden om zeker te zijn dat het dood was. Zijn redenering? Als het kind gehandicapt zou worden, vreesde de chauffeur hiervoor levenslang te moeten opdraaien.

Het zijn gruwelijke voorbeelden van hoe hard de Chinese maatschappij kan zijn naar onze westerse normen. Wie hier een tijdlang woont en een gezin probeert groot te brengen wordt er dagelijks mee geconfronteerd. Je kan proberen hiertegen in te gaan, maar je komt algauw tot het besef dat je een samenleving niet kan veranderen in je eentje. Het enige wat je kan doen voor je eigen gemoedsrust is zoeken naar een verklaring waarom dit hier gebeurt, en het proberen te begrijpen.

Je kan het bijvoorbeeld puur juridisch kaderen. In China ontbreekt het aan een wettelijke bescherming van de "Barmhartige Samaritaan" die mensen in nood probeert te helpen. Al wie een medeburger in nood hulp verleent, loopt het risico om achteraf aangeklaagd te worden. Zo haalde onlangs het verhaal van een 81-jarige vrouw de voorpagina. Ze was op straat bewusteloos gevallen, en een buschauffeur hielp haar overeind. Waarop diezelfde man door de vrouw werd aangeklaagd voor de rechtbank omdat hij haar zou hebben aangereden. Er zijn gelijkaardige verhalen van mensen die zich voor een bus gooien, in de hoop een schadevergoeding te krijgen.

"Binnen of buiten de familie?"

In het geval van een peuter die voor je neus op straat doodbloedt, is het geen afdoende verklaring. Waarom voelt een Chinese voorbijganger zich hier niet emotioneel bij betrokken? Het is wellicht het gevolg van verschillende culturele en morele waarden die de Chinese samenleving kenmerken, waarbij het sterke familiesysteem elke handelswijze van een Chinees bepaalt. Een erfenis van het hiërarchische confucianisme, dat China eeuwenlang domineerde, lang voor de komst van de communisten dus.

In grote lijnen komt het erop neer dat vooral wat "binnen de muren" of "binnen de familie" gebeurt, van belang is. Al wat "buiten de familie" gebeurt, is voor een Chinees van ondergeschikt belang en laat hem onverschillig en koud. Dat onderscheid tussen familie of de eigen leefgroep (waartoe ook vrienden en kennissen behoren) en buitenstaanders beïnvloedt de manier waarop Chinezen in de openbare ruimte met elkaar omgaan. Een openbaar toilet wordt bijvoorbeeld smerig achtergelaten. Zorg voor het openbare milieu is hier een pril begrip. Een ongeval op straat, hoe dramatisch ook, is een fait divers, behalve wanneer iemand van de eigen leefgroep het slachtoffer is.

En toch zijn er in Chinese media talloze voorbeelden te bespeuren die net het omgekeerde aantonen, dat Chinezen wel degelijk om elkaar geven. Met de aardbeving in Sichuan in 2008 ontstond een nooit geziene golf van solidariteit onder Chinezen. De buitengroep van Sichuanezen werd plots de binnengroep, met dank aan de media en propaganda. Begin deze week nog werden in Hubei drie studenten gelauwerd omdat ze enkele drenkelingen op heroïsche wijze gered hadden. Een maand eerder haalde een jongeman het televisienieuws omdat hij een campagne wou opstarten voor kinderen die wachten op een donororgaan. Feiten die uiteraard het buitenlandse nieuws niet halen, maar toch ook een ander gezicht van China tonen.

Wettelijke bescherming, confucianisme, moreel verval of niet, niets praat dit drama goed. Misschien is dit ook geen puur Chinees drama. Het "omstander -effect" waarbij mensen er bij een ongeval liever staan op te kijken dan hulp te bieden is ook bij ons in het "beschaafde" westen goed ingeburgerd. Geen enkele samenleving blijkt hier immuun voor. Daarvoor volstaat een eenvoudige duik in de wereld van Google.

Het zal je kind maar wezen.

Tom Van de Weghe