Van "Petit bébé Jesus de Flandr" naar blauwe waas van "Blue bird"

Nadat hij zich in eerste instantie gepassioneerd wist door muziek, theater en dans -hij is ooit nog als breakdancer actief geweest en was bij voorbeeld ook te zien in een theaterproductie van Praga Khan- ging Gust Van den Berghe (°1985) film studeren aan het RITS in Brussel. Toen het tijd werd om een onderwerp te kiezen voor zijn eindwerk, had hij toevallig het toneelstuk "En waar de sterre bleef stille staan" van Felix Timmermans in handen gekregen. Hij vond dat die tekst "een liefde uitstraalde die echt, eerlijk en puur was". Maar hij besefte ook dat Timmermans vandaag de dag niet meteen als de meest hippe Vlaamse auteur beschouwd wordt. En dat is een understatement.

Maar Gust had zijn onderwerp gevonden, hield koppig vol en nam daarnaast nog een paar ongewone beslissingen. Hij draaide de film in zwart-wit en deed voor de vertolkingen onder meer een beroep op mensen met het syndroom van Down. Wat in eerste instantie bedoeld was als afstudeerproject en hem inderdaad zijn diploma opleverde, kreeg via een zogenoemde wildcard van het Vlaams Audiovisueel Fonds en de samenwerking met producent Tomas Leyers een soort upgrade tot een volwaardige bioscoopfilm.

De eigenzinnige filmadaptatie van het populaire kerstsprookje van Felix Timmermans leek wel een echt sprookje geworden, want "Petit bébé Jesus de Flandr" of "Little baby Jesus of Flandr", zoals de film inmiddels internationaal bekend raakte, werd vorig jaar geselecteerd door de Quinzaine des Réalisateurs, zodat de film zijn wereldpremière kon beleven op het Festival van Cannes.

Een erg vrije adaptatie van "L'Oiseau bleu"

Een jonge regisseur die met zijn debuutfilm scoort op het belangrijkste filmfestival ter wereld, kan makkelijk in de verleiding gebracht worden om het daaropvolgende jaar mee te reizen naar alle andere festivals waar de film geselecteerd werd. En waarom niet? Een vogel in de hand is nog altijd beter dan tien in de lucht.

Maar Gust Van den Berghe pakte het anders aan. Hij wilde liever meteen een tweede vogel brengen. Dat werd -pun intended - "Blue bird", een erg vrije adaptatie van het toneelstuk "L’Oiseau bleu" uit 1908 van Maurice Maeterlinck, de symbolistische schrijver van Gentse origine, die in 1911 -dus exact een eeuw geleden -de Nobelprijs Literatuur kreeg. Hij blijft tot vandaag de enige Belgische auteur die deze hoge onderscheiding ontving.

Volgens producent Tomas Leyers is het puur toeval dat die verjaardag en de film nu zo mooi samenvallen. Toen hij vorig jaar met Van den Berghe naar Cannes vloog voor de wereldpremière van "Petit bébé Jésus de Flandr" gaf de regisseur hem in het vliegtuig het toneelstuk van Maeterlinck om te lezen. Op de terugreis werd besloten dat dit hun nieuwe samenwerking zou worden.

Zoektocht naar geluk? Verlies van de onschuld

Maar net als bij de filmbewerking van het kerstsprookje van Timmermans, koos Gust Van den Berghe opnieuw voor een zeer radicale aanpak. In "L’Oiseau bleu" draaide het verhaal rond twee kinderen, Tyltyl en Mytyl, die op zoek gingen naar de blauwe vogel uit de titel, symbool van geluk. "Ik heb de essentie van Maeterlick bewaard, maar het is wel mijn eigen persoonlijke adaptatie geworden", vertelt de regisseur."“De oorspronkelijke tekst laat zich bijna lezen als een lsd-trip. Maar waar het bij Maeterlinck vooral om de zoektocht naar het geluk ging, staat bij mij het verlies van de onschuld centraal."

Vanuit zijn belangstelling voor animisme en voodoo heeft Van den Berghe zijn tweede film integraal opgenomen in Togo, meer bepaald in de Koutammakou-regio, bij de Tamberma-stam. "Hun spirituele band met de natuur en vooral hun contact met het hogere fascineerde mij. Het is ook een volk dat nooit echt gekolonialiseerd werd." In augustus vorig jaar reisde hij naar Togo om er research te doen en in december/ januari keerde hij terug met een kleine filmploeg, met Hans Bruch Jr. voor de fotografie en Matthias Hillegeer voor het geluid.

In plaats van Tyltyl en Mytyl werden het hier dus de Afrikaanse kinderen Bafiokadié en zijn zusje Téné die hun dorp verlaten om op zoek te gaan naar de blauwe vogel uit de titel.

Twee vliegen in één klap op festival van Cannes

De film werd in ijltempo afgewerkt en wat toen gebeurde, werd een primeur voor de Vlaamse cinema. Amper een jaar na "Petit bébé Jésus de Flandr" werd ook "Blue bird" geselecteerd door de Quinzaine des Réalisateurs in Cannes. Dus opnieuw een wereldpremière op het belangrijkste filmfestival ter wereld.

Een maand later werd de film ook vertoond op het Filmfestival van Karlovy Vary. Daar vertelde de presentator van dienst dat de organisatoren de dag voordien een verontrust telefoontje hadden gekregen vanuit de projectiecabine, waar men toen bezig was met een testvisie om het beeldformaat te controleren.

Of zij wisten dat de film eruit zag als een dunne spaghetti? Jawel, de film moest geprojecteerd worden in een ongebruikelijk, zeer langwerpig cinemascope-formaat. En of ze wisten dat er een soort monochrome, blauwe waas over de hele film hing. Ja, dat was óók de bedoeling, want dat hield verband met de titel. Reactie van de zuchtende projectionist: “Die artiesten toch! Ik weet niet wat ik daarvan moet denken.”

Jan Temmerman

Blue bird (Bel)

van Gust Van den Berghe
met Bafiokadié Potey, Téné Potey
release woensdag 19 oktober