Het gezicht van de beschuldigde

Wat wilde ik nog zien of horen? vroeg ik mij kort na de middag af. De jury zat samen met het hof om de gedane uitspraak te motiveren. En wij stonden te wachten: advocaten, een hele nest cameraploegen, journalisten, familie en een honderdtal nieuwsgierigen. De zon scheen, dat viel mee.

De uitspraak van de gezworenen natuurlijk, vertelde ik mijzelf, al zou die wel in de lijn van de verwachtingen liggen: ja op alle negen de schuldvragen. Maar ik maakte mijzelf wat wijs en ik wist het. Ik ben geen haar beter of slechter dan de andere nieuwsgierigen. Ik wilde het gezicht, de houding van Ronald Janssen zien op het ogenblik van de uitspraak. Zou hij nog reageren of kon het hem allemaal niet meer verdommen?

Het laatste woord

Ronald Janssen had in de voormiddag al het laatste woord gekregen, na een bitse confrontatie tussen het openbaar ministerie en advocaat Miskovic, waarbij die laatste (eindelijk) zijn tanden liet zien.
Maar eerst Janssen.
"Ik wil niet pleiten."
Tranen.
"Ik wil niet het laatste woord hebben."
"Het zijn de drie mensen die het laatste woord moeten hebben."
Exit vader Appeltans.
Nog wat gemompel over woede, angst en frustratie.
En dan.
"Het spijt me."

Een laatste woord in mineur. Waarop de voorzitter de debatten sloot. En terwijl voorzitter Michel Jordens de jury instrueerde over de te volgen procedure voor de beraadslaging, boog Janssen langdurig voorover en fluisterde een hele uitleg in de oren van zijn raadsman. Maar wat viel er nog te zeggen?

Laatste republieken

Meester Miskovic had eerder een ultieme poging gedaan om aanklager Patrick Boyen te counteren en om de jury te bezweren enkel met de feiten uit het dossier rekening te houden en niet met emoties. Het ging hard tegen onzacht tussen de aanklager en de advocaat. De ene liet geen spaander heel van de verdediging van de andere, de andere vond dat de aanklager misschien beter rechten kon gaan studeren. "U bent een achtenswaardig man, mijnheer de procureur-generaal, maar u moet eerlijk en correct zijn", was een van de meer beleefde verwijten.

Maar daarna stonden ze samen in het café aan de overkant samen iets te drinken. Zo gaat dat onder pleiters, rechters en aanklagers. Of de rancune helemaal is verdwenen, durf ik te betwijfelen.

De dood van Khaddafi

Het werd twee uur, half drie, drie uur. Khaddafi was dood, maar in ons kleine universum op het plein voor het gerechtshof was dat niet echt groot nieuws.

En toen werd het half vier, maakte de politie de deuren van het classicistische gebouw open en drumden we met zijn allen naar binnen. De televisie mocht nu wel in de assisenzaal filmen. Maar niet Janssen en niet zijn directe bewakers.

Toen de voorzitter het negen maal ja van de jury had geformuleerd en gemotiveerd, barstte er in de publiekszaal luid applaus los en klonk er goedkeurend geroep. Maar dat kon Ronald Janssen niet horen. Hij zat tijdens de voorlezing wezenloos voor zich uit te kijken en toen alles gezegd was, gaf hij zijn raadsman een hand en verliet met een smile de assisenzaal.

Louis van Dievel