Eerste Europese gps-satellieten gelanceerd

Iets na 12.30 uur zijn de eerste twee satellieten van het Europese navigatiesysteem Galileo gelanceerd. Dat gebeurde vanop Kourou, in Frans Guyana, met een Russische Sojoez-raket. Op termijn, tegen 2020, zullen er 30 Galileo-satellieten rond de aarde zweven. Galileo moet een modernere versie van het Amerikaanse gps-systeem worden.

Thijs en Natalia, zo heten de twee satellieten die 23.000 km boven de aarde zullen cirkelen. De namen van een Vlaamse jongen en een Bulgaars meisje die een Galileo-tekenwedstrijd wonnen. De Europese Commissie doet er alles aan om Galileo een positiever imago te geven, na de valse start die het project kende.

Het eerste voorstel om een eigen Europees satellietnavigatiesysteem te ontwikkelen dateert uit 1999. Toen ging men ervan uit dat Galileo al in 2008 operationeel zou zijn. Maar het project liep vertraging op door Amerikaanse tegenwerking en intern Europees gekibbel.

Het Amerikaanse gps is een militair systeem, opgestart in 1978 en nog altijd mee-gerund door het Amerikaanse leger. In de beginjaren werd het signaal door de Verenigde Staten opzettelijk onnauwkeurig gemaakt. Alleen het Amerikaanse leger kon het exacte signaal ontvangen en zijn precieze positie bepalen. Alle andere gebruikers moesten het doen met een signaal waarmee men zijn positie tot op 100 meter nauwkeurig kon bepalen.

Pas in 2000, nadat Europa zijn Galileo-plan had gelanceerd, besliste president Clinton dat het gps-signaal voortaan zonder “storing” beschikbaar zou zijn voor iedereen. Vanaf dan kwamen de gps-toestellen op de markt waarmee onder meer autobestuurders de weg naar hun bestemming konden vinden.

De bedoeling van Galileo was om met een eigen Europees systeem volledig onafhankelijk te zijn van de Verenigde Staten. Sommige Europese landen vonden het dwaas dat Europa een eigen systeem zou bouwen en wilden er niet voor betalen. Daarom probeerde men via publiek-private samenwerking aan het nodige geld te geraken. De prive-sector (satellietbouwers) haakte echter af. Er was ook ruzie: welk bedrijf van welk land zou de satellieten mogen bouwen? Waar zouden de controlecentra komen?

Met veel vertraging viel eind 2007 de beslissing: Galileo zou met geld uit het EU-budget gebouwd worden. Het hele project viel uiteindelijk duurder uit dan oorspronkelijk geraamd (zowat 5 miljard euro). Ook de komende jaar zal het project nog 1 miljard euro per jaar kosten.

Nog maar het begin...

De lancering van de twee eerste signalen is nog maar het begin. Vanaf 2014 zouden we Galileo effectief kunnen beginnen te gebruiken. Wie recent een gps-ontvanger kocht of een smartphone, zal zowel de gps- als de Galileo-signalen kunnen ontvangen. De Europese Commissie gaat ervan uit dat tegen 2014 de meeste gebruikers (95%) een toestel zullen hebben dat de beide signalen kan ontvangen.

Hierdoor zal de gebruiker een exactere plaatsbepaling krijgen. De ontvanger zal kunnen zeggen op welke rijstrook van de snelweg je rijdt. Nu is de plaatsbepaling niet helemaal exact. Het opent de weg voor allerlei nieuwe toepassingen. Het wordt makkelijker om rekeningrijden in te voeren, waarbij het absoluut noodzakelijk is om te weten of autobestuurders op een tolweg rijden en niet ernaast.

De Europese Commissie verwacht dat Galileo de markt van navigatiediensten zal doen groeien, van 124 miljard per jaar nu, tot 244 miljard in 2020. Wie een smartphone met ingebouwde gps heeft, merkt nu al dat heel wat diensten worden aangeboden via plaatsbepaling: een restaurant in de buurt zoeken bijvoorbeeld. Gestolen auto’s kunnen nu al opgespoord worden dankzij een ingebouwde gps-chip. Landbouwers kunnen preciezer zaaien dankzij een gps-ontvanger die de traktor heel nauwkeurig stuurt. Er zullen meer van dergelijke toepassingen op de markt komen.

Rob Heirbaut

lees ook