Kent u deze 5 "pareltjes" van Moroder nog?

Vanavond ontvangt Giorgio Moroder, onsterfelijk geworden door Donna Summers hijgnummer "I feel love", de Lifetime Achievement Award op het Filmfestival van Gent. Want Moroder maakte naast heerlijke dansmuziek voor "The Queen of Disco" ook magistrale filmmuziek. De nu 71-jarige Hansjörg -zijn echte voornaam- zakt hiervoor zelfs speciaal af naar Gent.

Bekend is Moroder vooral van discohits met een stevige elektrobeat eronder. Niet alleen hielp hij Donna Summer aan een resem hits, ook wereldhits als "Fly to high" (Janis Ian), "Givin up givin in" (Three Degrees), "Call me" (Blondie) en "Take my breathe away" (Berlin) dragen zijn stempel. Opvallende soundtracks componeerde hij voor onder meer "Midnight Express", "American Gigolo" en "Metropolis".

Maar hij werkte ook mee aan nummers, waarvan misschien niet onmiddellijk meer gedacht wordt van: "Dat is een Moroder". Voorafgegaan door een Moroder-quote, sommen we hier vijf van dergelijke nummers op:

1."Ze zeggen dat ik, een blanke producer, beter niet zou samenwerken met een zwarte vrouw."

De samenwerking tussen Moroder en de zwarte zangeres Donna Summer beleefde een eerste hoogtepunt in 1974 met een single, waarvan zelfs nu nog de tekst als uiterst controversieel omschreven wordt. "The hostage" mag dan geen wereldhit geworden zijn, Summers smachtende wachten aan de telefoon na de akelige mededeling "We just kidnapped your husband", gevolgd door een vertwijfelend "Hello", blijft tekstueel een van de hoogtepunten in de muziekgeschiedenis. Uiteindelijk eindigt het nummer in een drama: "They found my husband a few days later. Yes, the funeral’s tomorrow."

Moroder schreef de tekst samen met Pete Bellotte. Maar het was Summer die door optredens in tv-shows van bedenkelijk allooi (zoals Sjef van Oekel’s Discohoek) het nummer bij ons in de hitparades deed belanden. De keuze van Summer was voor Moroder evident: "We zijn erg gelukkig dat we Donna gevonden hebben. Donna’s aantrekkingskracht? Ze is een pracht van een vrouw, maar het is het hele pakket dat telt." Enkele jaren later zouden Summer en Moroder boven zichzelf uitgroeien met het orgasmische "I feel love".

2."Ik denk dat het stom zou zijn om in een discotheek over problemen te vertellen."

De explosie van de discomuziek in de jaren 70, begin jaren 80, leidde tot een overaanbod van discostarletjes die met de dunst mogelijke deuntjes het publiek muzikaal probeerden te overtuigen. Het Zweedse blonde fotomodel Madleen Kane was een van hen en vooral haar schoonheid, ook opgemerkt door Playboy, deed haar in diverse danshitparades belanden. Maar het was haar samenwerking met Moroder die haar de hit opleverde waarop ze gehoopt had: "You can".

Een nietszeggende tekst (vooral herhalingen van "You can" met een bijna eindeloze "Can, can, can,…" op het einde van het nummer) op een Flashdance-achtige elektrobeat en een soft-heupwiegende Kane deden het nummer een absolute topper worden op dansvloeren over de hele wereld. Kane werd zo een typevoorbeeld van een onehitwonder, blijkbaar tot haar eigen ongenoegen. Enkele jaren later gaf ze de brui aan het zingen.

3."Ik ben helemaal geen racist. Ik hou zelfs van Britten."

De Britse zanger David Bowie werd begin jaren 80 gevraagd om het titelnummer te zingen van "Cat people", een erotische horrorfilm met Nastassja Kinski. De filmmuziek was van de hand van Moroder en de samenwerking met Bowie, die de tekst schreef, resulteerde in het nummer "Putting out fire". De titeltrack werd genomineerd voor een Golden Globe.

In tegenstelling tot de verwachtingen, daar de filmmuziek alom geprezen werd, bleek het titelnummer geen commercieel succes in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Bowie besliste nochtans het nummer opnieuw op te nemen voor een van zijn meest succesvolle albums, "Let’s dance", waardoor het nummer uiteindelijk toch de erkenning kreeg waarop het recht had. Quentin Tarantino gebruikte het lied in 2009 in de kaskraker "Inglorious basterds", met Brad Pitt.

4."Ieder bedrijf draait rond winst maken, en een plaat maken is hetzelfde als zakendoen."

De Amerikaanse popband Sparks verraste in 1974 de wereld met hun eigenzinnige hit "This town ain’t big enough for the both of us". Het nummer was een echte oorwurm die eens gehoord, nog nauwelijks uit het hoofd te krijgen was. Op deze wereldhit werd nog even verder geteerd, maar dan bleek de pijp van de broers Mael commercieel uitgerookt te zijn.

Er werden nieuwe, experimentele wegen ingeslagen, zonder het gewenste succes. Tot Moroder eind jaren 70 voor een radicale ommezwaai zorgde. Geen gitaar of piano meer, maar synthesizers bepaalden het ritme van de nieuwe nummers. Terwijl de band zich voor vele oude fans verlaagde tot de discomuziek, betekende vooral de hitsingle "Beat the clock" een nieuw hoogtepunt in de carrière van Sparks.

5."Zowel in popmuziek als in disco is de bedoeling van de teksten nauwelijks belangrijk."

Het bubblegum-popbandje Kajagoogoo mocht in 1983 even van het succes proeven met "Too shy", maar nadien bleek dat het vooral het excentrieke kapsel van leadzanger Limahl in het geheugen bleef hangen. Deze Britse zanger had al snel door dat hij en hij alleen verantwoordelijk was voor het succes. Met Moroder maakte hij het zweverige "The never ending story", waarmee zelfs een topnotering in de Japanse hitparade behaald werd.

Het nummer, dat Moroder samen componeerde met Keith Forsey, was een aaneenrijging van wellicht diepzinnig bedoelde zinnen, maar die eigenlijk tot niets leidden. Zoals "Show no fear, for she may fade away. In your hand, the birth of a new day" of "Dream a dream, and what you’ll see will be". Het nummer doorstond nochtans de tand des tijds, wat niet van Limahls kapsel kan gezegd worden. Tijdens cluboptredens eind jaren 90 moest de zanger immers gebruikmaken van een pruik om fans te doen herinneren aan zijn ooit weelderige haardos.

Mon Knevels