Zwanenzang van een bank en een holding

Na de neergang van de bankgroep Dexia en de Gemeentelijke Holding rijzen er vragen over de manier waarop die instellingen gerund werden. Was wat ooit "rock solid" leek, in werkelijkheid gebouwd op drijfzand?

Drie jaar geleden werd de bank-verzekeraar Dexia een eerste maal gered door een kapitaalverhoging. De bestaande grote aandeelhouders (CDC, Gemeentelijke Holding, Arco en Ethias) trokken hun belangen op en de Franse en Belgische staat en de drie gewesten in ons land stapten elk voor 5,7% in het kapitaal. De nieuwe topman Pierre Mariani en voorzitter Jean-Luc Dehaene (links) bouwden de riskante portefeuille deels af, maar toen in de zomer van 2011 bleek dat Griekenland nooit zijn hele schuld zou kunnen terugbetalen, zat Dexia nog altijd met 3,4 miljard euro aan Griekse staatsbons.

Toch verklaart dat niet waarom Dexia als eerste (en tot nu toe enige) bank onderuit ging in de Europese schuldencrisis. Dexia had van bij het begin in 1996 een rammelend businessmodel. De kerntaak -het financieren van lokale overheden- werd alsmaar aangevuld met normale bancaire activiteiten met snelle expansie en steeds meer risicovolle activiteiten.

Bij ons had Dexia een uitgebreid kantorennet, maar in Frankrijk niet en daarom stroomde Belgisch geld via Dexia naar Franse gemeenten. De rest van de financiering werd gedekt door kortlopende leningen bij andere banken. Toen de banken in 2011 opnieuw schrik kregen om elkaar geld te lenen, kwam Dexia als eerste vast te zitten. Dit keer was de splitsing van de groep niet meer te vermijden. Filialen werden verkocht en de groep verschrompelde tot "restbank" of "bad bank". 

De Gemeentelijke Holding valt

In het spoor van Dexia kwam ook de Gemeentelijke Holding in de problemen. Onze gemeenten en provincies -aandeelhouders van het oude Gemeentekrediet- hadden zich in '96 in die holding gehergroepeerd om hun belangen in de fusiegroep Dexia te vrijwaren, maar ook over hun zakenmodel zijn er vragen.

Lange tijd was Dexia de enige participatie en bestaansreden van de holding en pas na 2006 begon die te diversifiëren met aandelen in andere bedrijven, weliswaar zonder het belang in Dexia te verminderen. Die diversifiëring gebeurde met geleend geld en dus liepen de schulden en de risico's van de holding op.

Bij de eerste redding van Dexia in 2008 stapte de holding als grootaandeelhouder mee in de kapitaalverhoging van de groep. Daartoe werd 1,2 miljard euro geleend, het gros bij Dexia Bank België. De aandelen in de groep Dexia vormden het onderpand. 

Door de forse koersdaling van Dexia heeft de G-Holding 2 miljard euro in rook zien opgaan maar blijft de schuldenberg van 1,6 miljard euro. Daartegenover staan belangen in interessante bedrijven, maar toch gaapt er een gat van 900 miljoen euro in de boeken. Daardoor lijken enkel nog een faillissement of een vrijwillige vereffening (een verkoop van alle belangen) uitweg te kunnen bieden.

De Gemeentelijke Holding bezit naast 14,1% van de restbank van Dexia nog andere belangen. Het gaat om belangen in vastgoedgroepen zoals Cofinimmo (4%), Montea (11%) en Banimmo, net als in de windmolenparken van Electrawinds en de zonnepanelen van Enfinity. Daarnaast bezit de G-Holding ook 25% van Publi-T, dat zelf 45,3% bezit van Elia, de uitbater het het hoogspanningsnet. Ten slotte zijn er nog investeringen in infrastructuurfondsen en de luchthaven van Charleroi. De waarde van dat alles wordt op 750 miljoen euro geschat.

Wie krijgt de zwartepiet?

De gemeenten en provincies zijn de grote verliezers. Zij zien niet enkel hun toekomstige dividenden verdwijnen, maar ook geld in de groep Dexia en in de Gemeentelijke Holding. Bovendien hebben zij in 2008 fors geleend om hun kapitaal in Dexia te verhogen. Sommige gemeenten zouden daardoor nu over de kop kunnen gaan. De woede van de gemeentebesturen is groot: zij zeggen dat zij in 2008 onder druk van de federale regering en gewesten meer kapitaal in Dexia hebben ingebracht en nu met de brokken blijven zitten.

Vlaanderen, Wallonië en Brussel stapten in 2008 voor 5,7% in Dexia. Ze gaven toen ook voor 450 miljoen garanties en nog eens voor 120 miljoen leningen aan de G-Holding. Voor Vlaanderen zou dat verlies 265 miljoen bedragen en de perikelen van de holding zou de gunstige AAA-kredietrating in gevaar kunnen brengen, temeer omdat het totale verlies voor de drie gewesten zou kunnen oplopen tot 770 miljoen euro. 

De federale overheid bezit ook 5,7% van de Dexia-restbank en heeft ook geld te goed van de G-Holding, zij het minder dan de gewesten. De staat is bereid om 200 tot 225 miljoen euro bij te dragen bij de holding. Sinds kort is de Belgische overheid echter ook eigenaar van Dexia Bank België, bij wie de virtueel failliete G-Holding een schuld van 1,15 miljard euro heeft met het belang  in de groep Dexia als onderpand. Opvallend detail: twee weken nadat de staat 4 miljard euro betaald (en geleend) heeft om Dexia België los te weken van de risicovolle restbank, dreigt die een van de grootste aandeelhouders van de "bad bank" te worden en dat kan wegen op onze kredietrating.

Een en ander verklaart de bitsigheid waarmee gemeenten, de drie gewesten en de federale overheid de factuur willen doorschuiven, maar het beeld van politici die vechtend over  de straat rollen, zal bij de kredietbeoordelaars niet echt vertrouwen wekken. Overigens hebben ook BNP Paribas (150 miljoen euro) en verzekeraar Ethias (25 miljoen) geld geleend aan de Gemeentelijke Holding en dat zonder garanties. Dat is misschien niet zo veel, maar het komt er nu op aan om het domino-effect van de problemen te stoppen.

Jos De Greef