2 weken oude baby levend van onder Turkse puin

In Turkije wordt de zoektocht naar slachtoffers van de aardbeving van zondag voortgezet, af en toe met succes. Maar de kans dat er nog overlevenden worden teruggevonden, wordt steeds kleiner. Intussen hebben honderden mensen de tweede nacht op rij doorgebracht in openlucht, in vriestemperaturen. Er weerklinkt heel wat kritiek op de aanpak van de hulpverlening door de Turkse overheid.

De aardbeving van zondag trof vooral de provincie Van, in het zuidoosten van Turkije, vlak bij de grens met Iran. In de grote steden Van en Ercis zijn honderden gebouwen ingestort, waaronder tientallen hoge flatgebouwen. Kleine, afgelegen dorpjes zouden van de kaart geveegd zijn. Tot nu toe zijn officieel al 432 doden en 1.352 gewonden geteld, maar dat aantal kan nog fors oplopen. Er zijn nog veel mensen vermist en in de afgelegen gebieden is de hulpverlening nog niet overal doorgedrongen.

Reddingswerkers en gewone burgers zoeken nog altijd met man en macht naar overlevenden. Er worden reddingshonden ingezet om vermisten op te sporen, met hoge kranen worden zware brokstukken opgetild en weggetakeld, gewone burgers helpen met hun schop, of gewoon met hun blote handen.

Af en toe levert dat ook resultaat op. Zo is een twee weken oude baby levend teruggevonden onder het puin van een appartementsgebouw in Ercis. De baby, een meisje met de naam Azra, was naakt en werd meteen na de redding in een deken gewikkeld en weggebracht voor verzorging. Ook haar moeder is nog in leven, maar zij moest nog bevrijd worden uit het puin. Elders is ook een zwangere vrouw gered en er zijn nog meer berichten over miraculeuze reddingen die de reddingswerkers moed geven.

"Het was de dag des oordeels"

De hoop dat er nog veel mensen levend van onder het puin worden gehaald, slinkt met het uur. Toch zijn er vannacht nog enkele mensen gered kunnen worden.

"Het was de dag des oordeels", zei de 18-jarige Mesut Ozan Yilmaz aan het persagentschap Reuters. Hij bracht meer dan 32 uur onder het puin door. "De ruimte die we hadden was zo klein. Mensen vochten voor meer ruimte. Ik zou dood zijn als ik mezelf psychologisch had laten gaan."

Honderden mensen die de aardbeving overleefd hebben, daklozen en gewonden, hebben de nacht op straat doorgebracht, zonder eten, zonder drinken, in de vrieskou, en dat voor de tweede nacht op rij. Sommigen zochten hun toevlucht in autowrakken of hokten samen rond kleine vuurtjes voor een beetje warmte. De Turkse Rode Halve Maan (de tegenhanger van het Rode Kruis in islamitische landen, nvr) en de Turkse overheid hebben al tenten gestuurd en proberen veldhospitaals en -keukens op te zetten, maar de hulp blijkt ruim onvoldoende.

Kritiek op overheid klinkt steeds luider

In het getroffen gebied wonen vooral Koerden. De voorbije week is de spanning er sterk opgelopen nadat opstandelingen van de Koerdische verzetsbeweging PKK aanvallen hebben uitgevoerd op het Turkse leger en het Turkse leger heeft teruggeslagen. Volgens sommige bewoners zou de regering de streek nu doelbewust achteruit stellen.

Verschillende landen hebben Turkije hun assistentie aangeboden, maar de regering heeft daarvoor bedankt. Bij die landen zijn Israël, Griekenland en Armenië, staten waarmee Turkije wel eens op gespannen voet leeft. De afwijzing van buitenlandse hulp valt niet in goede aarde bij de inwoners en de hulpverleners van de getroffen regio, die zeggen dat ze met ongeschikt materiaal moeten werken. Ondanks de afwijzing hebben Azerbeidzjan, Iran en Bulgarije toch hulp gestuurd.

"Ik denk niet dat de Rode Halve Maan succesvol tenten heeft uitgedeeld, daar was een probleem mee" zei Huseyin Celik, vicevoorzitter van de regerende AK-partij. "Ik bied daarvoor mijn verontschuldigingen aan." Gisteravond laat kondigde vicepremier Besir Atalay, die de hulpverleningsoperaties coördineert, op de televisie aan dat er 12.000 extra tenten naar het getroffen gebied worden gestuurd. "Vanaf nu zullen onze mensen niets te kort komen", maakte hij zich sterk.