Bouwbedrijf beboet om "wetenschappelijke schade"

Het bouwbedrijf Malvé is veroordeeld tot een boete van 27.500 euro voor de vernieling van een beschermde archeologische vindplaats bij Hoogstraten. "Het is een primeur dat de Vlaamse overheid zich burgerlijke partij stelt voor geleden wetenschappelijke schade", zegt het agentschap Onroerend Erfgoed.
De vindplaats is gedeeltelijk vernield na de bouw van de loods.

In 2006 werd een deel van de beschermde vindplaats in Meer, bij Hoogstraten, vernield bij de aanleg van een loods. Het bouwbedrijf heeft de voorwaarden voor archeologisch onderzoek genegeerd.

Aanvankelijk werd de klacht geseponeerd, maar onder druk van het Forum Vlaamse Archeologie (FVA) werd het onderzoek heropend. Het voormalige Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed, dat sinds deze zomer Onroerend Erfgoed heet, stelde zich burgerlijke partij. De rechter in Turnhout oordeelt dat de vindplaats "enkel om economische motieven werd vernietigd" en gaf een boete.

De vindplaats was in de IJstijd een kampeerplaats voor jagers-verzamelaars, waar bij opgravingen stenen werktuigen werden gevonden. In 1993 erkende de Vlaamse overheid de vindplaats als beschermd monument. "Het is een primeur dat de Vlaamse overheid zich burgerlijke partij stelt voor geleden wetenschappelijke schade en een belangrijk maatschappelijk signaal dat de rechtbank dit erkent", schrijft Onroerend Erfgoed op de website.