Libië vraagt om verlenging NAVO-opdracht

Libië heeft aan de NAVO gevraagd om nog zeker tot het einde van het jaar in het land te blijven. De leiders van de Nationale Overgangsraad willen dat de NAVO verder blijft patrouilleren tot er een stabiele overgangsregering kan worden geïnstalleerd.

De ambassadeurs van de 28 NAVO-landen hadden vorige vrijdag voorlopig beslist de sinds eind maart lopende militaire luchtoperatie tegen 31 oktober te beëindigen. Een definitieve beslissing was voor vandaag aangekondigd, maar na het Libische verzoek is die beslissing tot minstens vrijdag uitgesteld.

"Het lijkt ons zinvol te zijn wat langer met de Libiërs en ook met de Verenigde Naties te overleggen", zegt de NAVO. Secretaris-generaal Anders Fogh Rasmussen staat zowel met de voorzitter van de Libische Overgangsraad, Mustafa Abdul Jalil, als met VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon in contact.

Bloedbad in Sirte?

Intussen zijn er opnieuw aanwijzingen dat er bij de val van de stad Sirte een bloedbad is aangericht onder de aanhangers van Khaddafi. Volgens de website Qurinaew, die medewerkers van het Rode Kruis aanhaalt, zijn er in Sirte 267 lijken gevonden. In veel gevallen leek het erop dat de slachtoffers geëxecuteerd werden.

De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch zei begin deze week dat haar medewerkers in Sirte 53 lijken van Khaddafi-aanhangers aantroffen. Die zouden na hun gevangenneming door milities van de Overgangsraad zijn gedood.

Sirte viel vorige week donderdag na wekenlange gevechten in handen van militieleden van de Overgangsraad. Ook Khaddafi zelf kwam daarbij in duistere omstandigheden om het leven.

Qatar

De milities van de Overgangsraad hebben de afgelopen maanden de steun gekregen van honderden soldaten uit Qatar. Dat heeft de Qatarese stafchef, generaal Hamad ben Ali al-Attiya, bekendgemaakt.

Tot nog toe had de Golfstaat slechts gesproken van een deelname aan een luchtraid onder commando van de NAVO. "We zorgden voor de verbinding tussen de milities en de NAVO", zei de generaal.

Hij benadrukte dat de rebellen die hulp nodig hadden omdat het om burgers ging die niet de nodige militaire ervaring hadden.