M'as-tu-vu? op de Boekenbeurs

Ooit was de "vooropening van de Boekenbeurs" een ernstige zaak en was de avond zelfs exclusief voorbehouden aan de vaklieden uit de sector. Voor de uitgevers was het een uitgelezen moment om in relatieve rust te netwerken, de stand van de concurrent te bespioneren, de schrijvers uit de eigen stal met een hapje en een glas te verwennen. Er werden geen boeken verkocht op de vooropening, hoogstens werden ze bewonderd.

Tegenwoordig is de vooropening een society gebeuren. Dat moet een jaar of vijf geleden begonnen zijn. Van toen af leek half Vlaanderen het aan zijn stand verplicht om een uitnodiging voor het feest te bemachtigen en zich daar te laten zien.

Een mens zonder kaart voor de vooropening was maar een halve mens. En dus is het nu op de avond voor de echte opening vaak drukker dan de dag erna, wanneer de bezoeker 8 euro moet neertellen om toegang te krijgen tot het gebouw dat we niet langer het Bouwcentrum mogen noemen, maar dat voor de rest niet is veranderd. Ik vraag me oprecht af wie die duizenden uitnodigingen verdeelt.

Kijken en zelf gezien worden

Al van zeven uur hadden zich voor de twee ingangen van de Boekenbeurs lange rijen wachtenden gevormd. Niet voor de toespraak van minister van Cultuur Schauvliege evenwel en nog minder voor de speech van Boek.be-baas Geert Joris. Daar luisterden maar goed honderd mensen naar.

Neen, de wachtenden waren voor de gratis hapjes en drankjes gekomen, en vooral voor het spektakel van kijken en zelf gezien te worden, het verschijnsel "m'as-tu-vu". Het begapen van BV's maakt deel uit van het boekenbeurscircus, laten we daar niet flauw over doen. En het zich laten bewonderen al evenzeer. Al wie een beetje bekend is of denkt het te zijn stelt zich strategisch op, bij voorkeur aan de stand van uitgeverij Van Halewijck, waar BV-schrijvers thuis zijn.

Handjes schudden, zwaaien, knuffels geven

De eerste die ik op de Boekenbeurs tegen het lijf liep was Paul Jambers, die ik kort maar krachtig de hand schudde, want hij was in het gezelschap van een cameraploeg die zijn doen en laten volgde. Twee jaar geleden schreef Jambers een autobiografie van niet minder dan 800 bladzijden - verkoopcijfer onbekend -, nu heeft hij een heuse roman geschreven.

De titel ontgaat mij nu, maar hij klonk wel goed. Wat later zag ik overigens nog twee VTM-coryfeeën klaar zitten om boeken van hun hand of van hun ghostwriter te signeren: Pieter Loridon en Staf Coppens, als ik me niet vergis. Ongetwijfeld hebben ook zij alle letters van het alfabet gebezigd om hun diepste gedachten uit te drukken.

De volgende BV die ik vriendelijk begroette was Peter Vandermeersch, hoofredacteur van de Nederlandse krant NRC. Ik kan en zal over deze Vlaamse intellectueel geen kwaad woord schrijven, daar ik hoop op een recensie van mijn nieuwe roman in zijn courant.

Bob Cools was er ook. Kent u hem nog, de immer knorrige oud-burgemeester van Antwerpen? Hij is geen haar veranderd. Hij is geen dag ouder geworden. Dat verbaasde mij hogelijk. En nog steeds is zijn imitatie van een echte Engelse gentleman niet helemaal geslaagd.

Ik knuffelde mijn vriend en collega Patrick Van Gompel van de VTM, die volgens mij al aan zijn 75e boekenbeurs toe is.
Ik verstoorde een intiem gesprek tussen Marc Reynebeau en minister van Staat Mark Eyskens. Ik onderhield mij amicaal met collega-schrijver Stefan Brijs, die bijna zes jaar heeft gewerkt aan "Post voor Mrs. Bromley", de opvolger van zijn internationaal geprezen "De Engelenmaker".

Ik herkende politoloog Dave Sinardet niet meteen en hij mij ook niet, dus stonden we even. Bert Anciaux zwaaide naar mij. Kris Merckx klampte mij aan. Ik schudde de hand van mijn vroegere uitgever. Ik onderhield mij op hartelijke wijze minutenlang met mensen van wie ik de naam helaas vergeten ben en probeerde dat niet te laten merken. Ik signeerde zelf één (1) exemplaar van mijn laatste roman voor strafpleiter Walter Van Steenbrugge, bekend van radio en televisie en intieme vijand van Jef Vermassen.

Ik werd voorgesteld aan een televisiekok van wie mij enkel de familienaam te binnen wilde schieten: Meeus. Ik ging spieken aan het kabinet van de boekendokter van Cobra.be, want daar mag ik de komende dagen ook mijn opwachting maken en ik kijk er geweldig naar uit.

Ik deed kortom wat een schrijver op de vooropening van de Boekenbeurs behoort te doen: netwerken en socializen. Ik verbaasde mijzelf.

Gebrek aan eerbied voor het boek

En ik maakte mij, zij het enkel inwendig , boos op al die mensen die ongegeneerd hun glas wijn op stapels boeken parkeerden of boeken onder hun kruimelende toastje of hapje hielden om geen vlekken op hun kleren te maken. Ik zag mensen met vieze vettige vingers in boeken bladeren waar schrijvers lang aan gewerkt hebben en waarvoor uitgevers en drukkers veel moeite hebben gedaan. Dat gebrek aan eerbied voor het boek vond ik stuitend.

Ik zag tot slot veel oude, lelijke mannen. Ik zag veel mooie jonge vrouwen. En ik zag Piet Van Roe, de vorige VRT-baas, die ik bij geen van voorgaande categorieën wens te catalogeren.

Louis van Dievel