De metamorfose van de uitvaartsector: "De dood is eruit"

De uitvaartsector heeft de jongste 10 jaar een enorme evolutie meegemaakt, mede door de opvallende stijging van het aantal crematies. "De dood is eruit", laten we ons vertellen. Of nog: "Vroeger stond de dood centraal, nu het leven. We blikken bij de uitvaart op een persoonlijke manier terug op iemands leven." Voorts is er de impact van de crisis, en is er ook ecologische aspect.

Het aantal crematies in België is de voorbije tien jaar fors geklommen, waardoor nu naar schatting 60 procent van de uitvaarten in Vlaanderen, of bijna 2 op de 3, via een crematie verloopt. Een klassieke begrafenis met een kist in de grond, is nog maar goed voor 1 op de 3 uitvaarten. In Brussel zou het aantal crematies zelfs oplopen tot ruim 80 procent. Overigens is er een groot verschil tussen Vlaanderen en Wallonië, waar het aantal crematies op ongeveer 40 procent ligt.

De mensen rouwen ook anders, zeggen Michel Servranckx en zijn collega Louis Van der Plas van rouwcentrum Arijs in Wambeek, bij Ternat. Vroeger was zwart de hoofdkleur. Alles was heel sober en eigenlijk ook heel triest. "Nu wordt er uiteraard nog altijd gerouwd, maar op een heel andere manier. De dood is eruit."

Dat laatste vertaalt zich in persoonlijke uitvaarten. De inbreng van de nabestaanden is veel groter nu. Ze reiken foto's aan, doen suggesties voor muziek enz. Dat hangt ook samen met het feit dat het aantal crematies stijgt: de ceremonie wordt dan nog zelden in de kerk gehouden, maar in het rouwcentrum of het crematorium zelf, waar er qua beeld en geluid veel meer mogelijk is.

Ook de uitvaartcentra zelf pakken het heel anders aan. De zaken zijn niet meer kil en donker, maar hebben veel meer kleur en de dood is veel minder direct aanwezig. "Vroeger hadden de mensen bijna schrik om naar ons te komen. Ze kwamen binnen en zagen doodskisten, die toch nog altijd wat angst inboezemen", zegt Michel. Nu staan de doodskisten discreet ergens in een kamer achteraan opgesteld, en zien de uitvaartzaken er heel wat opgewekter uit dan vroeger (foto: DELA Dampoort).

Dana Winner of niet in de kerk?

De stijging van het aantal crematies, en de daling van het aantal klassieke kerkdiensten, hangt uiteraard ook samen met de tanende populariteit van de kerk. Sommige pastoors doen hun best om mee te gaan met de nieuwe trends, in een poging om het tij te keren, anderen leggen zich erbij neer.

"In de kerk is de pastoor heer en meester", vertelt Marysia Kluppels van DELA. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar het kan soms botsen met de wensen van de overledene. Als iemand tijdens de uitvaart muziek wil van Dana Winner en de pastoor zegt "zij komt er niet in", dan kan dat tot conflicten leiden.

Andere pastoors werken wel vlot mee. "Er was eens een overledene die een geit had als lievelingsdier. Die geit is dan effectief mee gemogen tot in de kerk, en stapte zelfs mee in de uitvaartstoet."

Maar goede wil of niet, in het algemeen kunnen kerkdiensten niet meer concurreren tegen de moderne uitvaartcentra. De kwaliteit van de klank van de muziek en de multimediale mogelijkheden in een modernere zaal zijn gewoon veel groter.

In crematoria kan een zaal vergroot of verkleind worden met schuivende "toverwanden", wat een meer gezellige sfeer creërt dan in een kerk die veel te groot is als er weinig rouwenden zijn.

Een andere verklaring voor de stijgende populariteit van crematies is dat mensen af willen van een graf op het kerkhof. Dat moet toch alleen maar onderhouden worden. Anderen redeneren dat ze op het kerkhof "toch alleen maar plaats zullen innemen" na hun dood. Een financieel argument is er meestal  niet voor crematies, want ook de plaats voor een urne kost geld.

"Kan het niet zonder kist?"

Ook de financiële crisis heeft een rol gespeeld de voorbije jaren. Mensen denken al eens meer na, en komen met specifieke vragen naar het uitvaartcentrum. Ze zijn ook beter voorbereid en mondiger.

In het algemeen geldt dat mensen, als ze geld willen uitsparen, niet bezuinigen op de uitvaartceremonie zelf, maar op het materiaal, zo leert een kleine rondvraag.

Ook hier speelt het hoge aantal crematies een rol. "Mensen realiseren zich bij een crematie dat die kist toch maar in vlammen opgaat, en dat dit dus geen dure kist hoeft te zijn", zegt Michel Servranckx. Ook op het briefwerk kunnen ze besparen. "Liever net iets te weinig brieven laten drukken, dan te veel. Desnoods drukken we er dan wel een paar bij." Anderen kiezen dan weer voor een kleiner boeket bloemen.

"Mensen gaan meer shoppen", klinkt het bij een rouwcentrum in Gent. En het besparen kan soms ver gaan. "Sommigen redeneren dat bij crematies de kist toch maar wordt verbrand, en dat er dus evengoed geen nodig is. Ze vragen dan of het niet in karton kan of zo, maar een kist is eenmaal nodig om de vereiste hoge temperatuur te halen tijdens het verbrandingsproces in de oven. Vergeet niet dat een mens voor het grootste deel uit water bestaat."

Is de klassieke "corbillard" bedreigd?

Ecologie, er wordt wat vaker over nagedacht in tijden van klimaatverandering en in de uitvaartsector is dat niet anders.

Bij crematies mogen bepaalde soorten lak niet meer op de kist worden aangebracht wegens niet milieuvriendelijk. Ook ijzermateriaal mag al een tijd niet meer. En de hermetisch afgesloten kist in zink, waarin het lichaam langer bewaart, mag niet meer.

Alternatieve kisten die echt heel ecologisch zijn, zoals kisten in riet of wilgentenen, zijn niet zo populair omdat ze een pak duurder zijn.

Ten slotte is er nog de lijkwagen of "corbillard" in gewesttaal. De klassieke lijkwagen had lampen op het dak en soms ook pluimen, maar duikt steeds minder op in het straatbeeld. "We hebben nu ook moderne monovolumes", zegt Michel. "Die zijn heel wat handiger omdat ze niet zo lang zijn."

Hij rijdt een klassieke lijkwagen naar buiten, een indrukwekkend lang vehikel van 7 meter. Dan lijkt de monovolume, die wat verder staat, plots een heel stuk kleiner, al is die even handig. Is de klassieke corbillard ten dode opgeschreven?

Michael Torfs