"Een boek verfilmen? Alleen als je talent hebt"

Wat hebben "The godfather" van Francis Ford Coppola, "One flew over the cuckoo’s Nest" van Milos Forman, "Out of Africa" van Sydney Pollack, "Dances with wolves" van Kevin Costner, "The silence of the lambs" van Jonathan Demme, "Schindler’s list" van Steven Spielberg, "The English patient" van Anthony Minghella, "A beautiful mind" van Ron Howard, "The return of the king" van Peter Jackson, "Million dollar baby" van Clint Eastwood, "No country for old men" van Ethan & Joel Coen en "Slumdog millionaire" van Danny Boyle met elkaar gemeen? Behalve het feit dat ze allemaal met de Oscar voor de beste film bekroond werden, zijn het ook allemaal boekverfimingen.

So what? Wat bewijst dit? Helemaal niks. Behalve dat u van bepaalde films misschien niet eens wist dat het om een adaptatie ging. Sommige van die boeken waren al bestsellers en dus bekend vóór ze naar het witte scherm getransponeerd werden, anderen werden het samen met of pas na hun verfilming.

Er zijn verschillende redenen waarom succesrijke boeken verfilmd worden, maar één daarvan is ongetwijfeld de naambekendheid. Van zodra aangekondigd wordt dat er een verfilming op stapel staat van bijvoorbeeld "The Da Vinci code" van Dan Brown, "The firm" van John Grisham of "The lord of the rings" van J.R.R. Tolkien rekenen de Hollywoodstudio’s meteen op de belangstelling van de miljoenen lezers.

En wie die boeken op dat moment nog niet gelezen had of dat niet eens van plan was, zal waarschijnlijk wel al vertrouwd geweest zijn met die respectieve titels.

Naambekendheid maar ook verrassingen

Naambekendheid is dus een belangrijk marketinginstrument. Maar dat geldt dus niet voor onbekende boeken van niet of nauwelijks bekende auteurs. En al zeker niet voor boeken die nog niet eens gepubliceerd zijn.

Een recent voorbeeld daarvan is "The help" (foto) van regisseur Tate Taylor, die zich daarvoor baseerde op de gelijknamige bestseller van de Amerikaanse schrijfster Kathryn Stockett. Een makkie, zou men denken, om een populair boek te verfilmen. Maar Taylor was al met de scenario-adaptatie begonnen toen de roman - over de manier waarop zwart dienstpersoneel in het Mississippi van de jaren 60 behandeld werd en dat in de context van de opkomende Civil Rights-beweging - nog maar alleen als manuscript bestond.

Het zag er trouwens lang naar uit dat er van publicatie geen sprake zou zijn, want over een tijdspanne van drie jaar werd het manuscript van Kathryn Stockett maar liefst zestig (!) keer afgewezen. Haar debuutroman raakte in 2009 uiteindelijk toch gepubliceerd en de verfilming -die gedraaid werd voor een naar Hollywoodnormen erg bescheiden budget van 25 miljoen dollar - zorgde deze zomer voor een complete verrassing door maar liefst drie weken na elkaar op de eerste plaats te eindigen van de Amerikaanse box office.

Scenarioschrijven is kunst van het weglaten

De voornaamste reden waarom er zoveel boeken verfilmd worden, is echter van pragmatische aard. Op het moment dat een boek klaar is, werd daarin reeds veel tijd, energie en hopelijk ook talent geïnvesteerd. Er is dus al een verhaal, er zijn al personages, al dan niet met gebruiksklare dialogen, en er bestaat al zoiets als een structuur.

Matthijs van Heyningen, die door de jaren heen veel verfilmingen van Nederlandse literatuur (zoals "Een vlucht regenwulpen", "Van de koele meren des doods" en "Ciske de rat") geproduceerd heeft, zag het zo:  “Er is een heel bepaalde reden om boeken te verfilmen. De romanschrijver heeft heel wat meer tijd gestoken in zijn boek dan een scenarioschrijver in de Nederlandse situatie ooit kan doen. Scenarioschrijven is de kunst van het weglaten, terwijl een romanschrijver zoveel mogelijk in zijn boek verwerkt. Dat is dan voor de verfilming weer zeer handig voor de scenarioschrijver, want dan kan hij nog kiezen.”

Uiteraard zullen er altijd wel puristen zijn die vinden dat een boekverfilming altijd een vorm van verraad impliceert. Maar regisseur Fons Rademakers, die o.a. "Mira of de teleurgang van de Waterhoek", "Max Havelaar" en het Oscarwinnende "De aanslag" verfilmde, had daar weinig geduld mee: “Die puristen zijn idioten, want het is toch volslagen waanzin om ons af te vragen of wij aan hun geconsacreerde literatuur mogen komen. En óf wij daaraan mogen komen! Maar alleen met talent en als je dat niet hebt, moet je helemaal niet meedoen. Molière riep heel trots: "Je prends mon bien où je le trouve". Toen werd ook niet gezegd: dat verhaaltje kennen we al. Iedere keer als ik een roman verfilm, denk ik: waarom heb ik die zelf niet geschreven?  Maar die schrijver kan niet filmen en ik maak me wijs dat ik dat wel kan.”

In de luwte van de toch onoplosbare discussie over boek vs. film heeft zich inmiddels een ander fenomeen ontwikkeld, namelijk dat van de zogenaamde "novelisation" of verboeking. Dat kwam zelfs ooit ter sprake in "Manhattan" (1979) van Woody Allen, toen hij aan het personage van Diane Keaton vroeg waarom zij zich tochbezig hield met het schrijven van romanversies van films. Volgens hem was zij daar veel te briljant voor. Maar zij had meteen haar antwoord klaar:  “Why? Because it’s easy and it pays well.”

Jan Temmerman

Op donderdag 3 november staat het thema "Boek & Film" centraal op de 75e Boekenbeurs in Antwerpen.