"Een natuurwet die onze levens dicteert"

Vandaag start de 17e klimaatconferentie van de Verenigde Naties in Durban in Zuid-Afrika. Na de kater van Kopenhagen in 2009 gelooft niemand nog in een jaarlijkse klimaatconferentie waar grote resultaten uitkomen.
Vrijwilligers van Greenpeace richten een windturbine op, op het strand van Durban, om de aandacht te vestigen op het gebruik van alternatieve energie.

Nochtans hadden duizenden onderhandelaars gedurende 2 jaar het terrein geëffend voor een vervolg op het Kyotoprotocol. De eerste verbintenisperiode van dat protocol loopt immers af in 2012.

Maar een algemeen, bindend akkoord kwam er niet uit de bus. Na 2 woelige weken van onderhandelen strandde de conferentie in een chaotisch einde, waarin vooral de belofte bijbleef dat ieder land een klimaatplan zou opstellen.

Kopenhagen kon geen bruggen bouwen tussen arme en rijke landen; tussen groeilanden als China (foto), India, Brazilië en het Westen; of tussen Europa en de Verenigde Staten.

Cancún: een stap vooruit

In het Mexicaanse Cancún werden wat scherven gelijmd. De contouren werden stilaan duidelijk over de financiële en technologische hulp aan arme landen en de bescherming van bossen.

Er was ook eensgezindheid om de temperatuurstijging deze eeuw onder de 2 graden Celsius te houden. Maar de grote twistappel bleef en blijft het Kyotoprotocol. Daarmee verbond een 40-tal landen zich ertoe om hun gezamenlijke CO2 uitstoot met 5,5 procent te verminderen tegen 2012 ten opzichte van 1990.

Landen zoals de Verenigde Staten zien het verplicht karakter ervan totaal niet zitten. Andere landen zoals Japan vinden de verdeling van de klimaatinspanningen niet rechtvaardig. Bovendien is het protocol niet helemaal sluitend. Misbruiken zijn mogelijk, achterpoortjes blijven open.

Niettemin zullen de 40 Kyotolanden hun verbintenissen tegen volgend jaar hebben nagekomen. Hoe bescheiden ook, want grote vervuilers zoals de Verenigde Staten hebben het Kyotoprotocol nooit bekrachtigd. Ontwikkelingslanden, waaronder China en India, waren vrijgesteld van enige verplichtingen. De vraag is, wat daarna?

Post-Kyoto

Er liggen verschillende scenario's op tafel. Sommige landen zouden niets liever willen dan hun eigen klimaatplan uitvoeren en de internationale gemeenschap geregeld rapporteren. Maar dat vinden Europa en de ontwikkelingslanden te vrijblijvend.

Een ander scenario is dat de veertig Kyotolanden een tweede verbintenisperiode aangaan vanaf 2012. De andere landen zouden de tijd krijgen tot 2020 om in een bindend klimaatakkoord te stappen. Dat is wat Europa op tafel legt.

Met dit voorstel krijgt de wereldgemeenschap de tijd om de hamvraag te beantwoorden: wie doet wat? Want ondertussen is er veel veranderd in de wereld. China is de grootste vervuiler geworden, voor de Verenigde Staten. Andere groeilanden als Brazilië en India komen met rasse schreden dichterbij.

Hoeveel van de uitstoot van broeikasgassen moet in die groeilanden naar beneden? Wat is fair ten opzichte van die industrielanden die al meer dan een eeuw broeikasgassen de atmosfeer insturen? Het zijn vragen die nog wel een tijdje onbeantwoord zullen blijven. Ook omdat ze complex zijn.

Zowat alles wat we doen voor ons werk en in onze vrije tijd heeft een impact op het klimaat. Bovendien zijn de effecten van klimaatmaatregelen moeilijk meetbaar en sorteren ze in het beste geval een effect over een paar decennia.

Waarom zouden we nu elektrisch gaan rijden om over 20 jaar misschien minder overstromingen te hebben in Bangladesh? De effecten zijn dus abstract: ze liggen ver van ons bed en nog eens ver van hier en nu. Vandaar dat het klimaat geen topprioriteit is voor politici. Weinigen worstelen met een gevoel van hoogdringendheid. Zeker niet in volle financiële crisis. Maar dat is net het probleem: tijd.

Tijd

In het hele klimaatverhaal wordt de factor tijd steeds belangrijker. De verontrustende wetenschappelijke rapporten blijven zich opstapelen. We stoten meer uit dan ooit in de geschiedenis van de mensheid. We krijgen extremer weer aan alle kanten van het spectrum: meer hittegolven, meer regenval en stormen, overstromingen, krachtigere orkanen...

Zoals we nu leven en economie bedrijven zal de gemiddelde temperatuurstijging deze eeuw ver boven de 2° Celsius klimmen. Ook de klimaatplannen die nu op tafel liggen zijn ruim onvoldoende om onder die twee graden te blijven.

Zelfs het vrij voorzichtige Internationaal Energie Agentschap waarschuwt voor onze niet te stillen honger naar fossiele brandstoffen. Die zal niet alleen leiden tot tekorten, maar ook tot ernstige klimaatverstoringen. Rampen en calamiteiten dus.

De meeste rapporten onderstrepen daarom het belang van directe maatregelen. Elke maatregel die we nu nemen is vier tot vijf maal goedkoper dan wat we in de toekomst zullen moeten doen. Ook hier geldt het adagium: voorkomen is beter (en goedkoper) dan genezen.

Voor zover je van genezen kan spreken natuurlijk. Een vooraanstaand klimatoloog zei me in dat verband dat de wereld voor een unieke uitdaging staat: een natuurwet die onze levens dicteert. We kunnen hooguit de wet goed begrijpen en er gepast op anticiperen. Maar de wet naar onze hand zetten, of ze negeren, hoe graag we dat ook doen, is onmogelijk.

Ben Vanheukelom