Johnny Depp zuipt zich te pletter in "The rum diary"

“Always remember that I have taken more out of alcohol than alcohol has taken out of me”. Dit citaat komt niet van een of andere beroemde schrijver - het wordt toegeschreven aan Sir Winston Churchill - maar het had wel degelijk gekund. Schrijvers en alcohol: het wordt soms “a match made in heaven” genoemd, alhoewel ze hun eigen drankzucht toch meestal zelf als een destructieve hellevaart ervaren.

Drank is vaak een uitstekende inspiratiebron gebleken, zeker als onderwerp waarover zij dan als ervaringsdeskundige kunnen rapporteren. Maar even vaak getuigen de betrokken auteurs dat de zinnen die ze in benevelde toestand op papier gooien, ‘s anderendaags de test van de nuchterheid niet kunnen doorstaan.

In zijn semi-autobiografische roman “The rum diary” schreef de legendarische drinkebroer Hunter S. Thompson (1937 - 2005) over de jonge Amerikaanse journalist Paul Kemp, die in het begin van de jaren 60 naar Puerto Rico trekt in een poging om daar bij een lokale krant aan de bak te komen.

Hij heeft zich bij aankomst alvast te pletter gezopen, zodat hij voor zijn sollicitatiegesprek zijn bloeddoorlopen ogen achter een donkere zonnebril moet verbergen. “Een medisch probleempje”, probeert hij als excuus. “Je hebt een kater”, is de reactie van de hoofdredacteur, want er blijken wel meer dronkaards op zijn redactie rond te lopen.

“The rum diary” werd verfilmd door regisseur Bruce Robinson met Johnny Depp in de hoofdrol. Die had reeds eerder een ander alter-ego van de door hem zeer bewonderde Gonzo-journalist Hunter S. Thompson gestalte gegeven, namelijk in “Fear and loathing in Las Vegas” dat in 1998 door Terry Gilliam verfilmd werd op basis van de gelijkaardige roman.

Ook in die film was Raoul Duke, zoals het hoofdpersonage toen heette, een journalist voor wie drank en drugs onlosmakelijk verbonden waren met het creatieve schrijfproces. In 2005 maakte Hunter S. Thompson een einde aan zijn leven door zich een kogel door het hoofd te schieten, iets wat een ander literair monument én notoir drankorgel, namelijk Ernest Hemingway, hem al had voorgedaan.

Alcohol speelt hoofdrol in "Under the volcano"

Films over alcoholverslaafde schrijvers vormen misschien niet echt een genre op zich, maar ze bestaan wel in alle vormen en formaten. In “Under the volcano” van John Huston uit 1984 speelde Albert Finney een van zijn beste rollen als Geoffrey Firmin, die zich in Mexico op zelfdestructieve wijze compleet in de vernieling zuipt.

Typisch citaat: “How, unless you drink as I do, can you hope to understand the beauty of an old indian woman playing dominoes with a chicken?”.

Firmin was weliswaar geen schrijver, maar een verzopen Britse consul - een “dipso diplo”, als het ware - maar het was voor iedereen duidelijk dat Malcolm Lowry (1909 - 1957), de auteur van “Under the volcano”, wel degelijk wist waarover hij schreef. Zijn overlijden, veroorzaakt door drankmisbruik en misschien ook een overdosis aan slaappillen, werd door de lijkschouwer nuchter genoteerd als “death by misadventure”.

Ook Charles Bukowski (1920 - 1994) wist van wanten toen hij zijn verhalen schreef over personages, aan de zelfkant van de maatschappij, die soms geboren leken met een of andere barkruk onder hun gat. Het leverde, behalve uitstekende boeken, ook enkele memorabele films op, zoals “Barfly” van regisseur Barbet Schroeder uit 1987, met Mickey Rourke in de hoofdrol als Henry Charles “Hank” Chinaski. Dat is niet toevallig de naam van een semi-autobiografisch hoofdpersonage dat in een vijftal werken van Bukowski opduikt.

Diezelfde Henry Chinaski werd ook vertolkt door Matt Dillon in de film “Factotum” van regisseur Bent Hamer, waarin nog meer benadrukt werd dat Chinaski en Bukowski eigenlijk een en dezelfde persoon waren, al was het maar omdat ze allebei weinig anders doen dan schrijven en drinken. En nu en dan een vrouwelijke “barfly” mee naar huis nemen.

Ook would-be auteurs zitten aan de fles

Vorig jaar kwam er zelfs een Nederlandse kortfilm in roulatie, namelijk “De blauwe bus” van Sanne Kortooms, met als ondertitel “De hel is wat je er zelf van maakt”, waarin het personage van Hank Chinaski vertolkt werd door niemand minder dan... Jan Mulder.

Nog eentje om het af te leren! In de film “Bright lights, big city” van regisseur James Bridges uit 1988, die zich daarvoor baseerde op de gelijknamige bestseller van cultschrijver Jay McInerney, speelt Michael J. Fox de rol van Jamie Conway, die in Kansas City geboren werd met de ambitie om ooit een groot en belangrijk schrijver te worden en die daarom naar New York verhuisd is.

Daar moet hij echter in zijn levensonderhoud voorzien door op de redactie van een literair magazine te werken. Neen, niet eens als broodschrijver, maar als “fact-checker”. Iemand die alleen maar moet controleren of er in de artikels van échte schrijvers geen feitelijke fouten of vergissingen staan.

Men zou voor minder troost zoeken in drank en drugs. Iets wat Jamie Conway dus ook met veel overgave doet, wat meteen duidelijk maakt dat drankverslaving zeker niet het monopolie is van schrijvers. Ook would-be auteurs krijgen er mee af te rekenen.

Jan Temmerman

The rum diary (VS)

regie Bruce Robinson
met Johnny Depp, Amber Heard, Aaron Eckhart, Giovanni Ribisi, Richard Jenkins, Marshall Bell, Karen Austin
release woensdag 30 november 2011