N-VA-kiezers zijn linkser dan N-VA-programma

Het kiespubliek van de N-VA en vooral van Vlaams Belang heeft sociaal-economisch veel linksere opvattingen dan in het programma van die twee partijen staat. Dat concluderen onderzoekers van de K.U.Leuven die het profiel van kiezers onderzochten naar aanleiding van de verkiezingen van vorig jaar. De drie traditionele partijen - CD&V, Open VLD en SP.A - zijn bij die verkiezingen teruggevallen op hun oude kernpubliek.

Het Leuvense onderzoek “de structurele en culturele kenmerken van het stemgedrag in Vlaanderen” werd uitgevoerd door de professoren Koen Abts, Marc Swyngedouw en Jaak Billiet.

Zij stelden vast dat tijdens de laatste verkiezingen - in 2010 - de leeftijd een grotere invloed had op het stemgedrag dan in 2007. Vooral de verschuiving bij de SP.A is opvallend. In 2003 stemde 1 op de 3 jongeren voor de partij van Steve Stevaert (foto), in 2010 was dat nog maar 1 op de 10. Ook Vlaams Belang en Open VLD deden het minder goed bij de jonge kiezers. CD&V daarentegen, dat in 2003 een uitgesproken oud electoraat (+65 jaar) had, slaagde er in 2010 in om zowel jongeren als ouderen aan te spreken. Maar de Vlaamse socialisten zijn niet enkel de jongeren kwijt. Ook de hogeropgeleiden zijn niet meer aangetrokken tot de partij, zo blijkt.

Sociaal-economisch centrumlinks

De N-VA boekte in 2010 een grote verkiezingszege. Het communautaire programma speelde daarbij een grote rol, maar ook de kwaliteiten van kopstuk Bart De Wever en het imago van de partij. Wat kopstuk en imago betreft, scoren de drie traditionele partijen - CD&V, Open VLD en SP.A - dan weer erg slecht.

“Vlaanderen heeft rechts gestemd”, was in 2010 een veelgehoorde conclusie. Maar de onderzoekers beweren van niet. “De gemiddelde positie van de Vlaamse kiezer is op sociaal-economisch vlak centrumlinks. Dat geldt ook voor de kiezer van de N-VA en Vlaams Belang.”

N-VA snijdt door de zuilen heen

Naast leeftijd en opleidingsniveau blijft “zuilaanhorigheid” een sterk effect uitoefenen op het stemgedrag, al zijn SP.A, Open VLD en CD&V minder dan vroeger in staat om hun leden van de ziekenfondsen en de vakbonden te mobiliseren.

Er is dus minder partijtrouw binnen de zuilen. Wat voor de traditionele partijen overblijft, is - sociologisch bekeken - het traditionele kiespubliek. “Door het succes van de N-VA doorheen alle lagen van de bevolking zijn alle traditionele partijen opnieuw op hun kernzaken gebracht”, zegt onderzoeker Swyngedouw. “Zo zitten de zelfstandigen opnieuw bij Open VLD en de arbeiders bij de SP.A en de kerkelijken bij CD&V.”

Open VLD had in 2003 een kans op een stem van de leden van het liberale ziekenfonds van 67% tegen slechts een kans van 44% in 2007. Bij de leden van het socialistische ziekenfonds is de kans op een stem voor de SP.A gedaald van 45% in 2003 naar 30% in 2010, bij de leden van het christelijke ziekenfonds daalde de kans op een stem op CD&V van 30% in 2003 naar 24% in 2010. Wat opvalt, is dat de N-VA dwars door alle zuilschotten heen snijdt. De kans op een stem van de leden van de christelijke mutualiteit op CD&V (27%) is zelfs kleiner dan de kans op een stem voor de N-VA (30%).

Wat vakbondslidmaatschap betreft, valt het op dat de kans op een stem voor Vlaams Belang bij de leden van de christelijke vakbond en liberale vakbond bij de verkiezingen van 2010 een heel stuk gedaald is in vergelijking met de verkiezingen van 2007. Dit is niet het geval bij de leden van de socialistische vakbond. Zowel in 2007 als 2010 is de kans op een Vlaams Belang-stem één op de vijf bij de leden van ABVV, terwijl deze kans bij de leden van ACV en ACLVB in 2010 één op de tien is.