Europese noodfonds valt kleiner uit dan verwacht

Het ziet ernaar uit dat het Europese noodfonds dan toch kleiner zal uitvallen dan in oktober was afgesproken. De ministers van Financiën van de lidstaten bogen zich gisteren over de vraag hoe ze de slagkracht van het fonds tot 1.000 miljard euro kunnen optrekken.

Op de cruciale bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone werd eind oktober afgesproken om de slagkracht van het noodfonds EFSF op te trekken van 440 miljard tot 1.000 miljard euro. Dat leek enorm, al kwam ook gauw de kritiek van veel economen. Zo bedraagt de staatsschuld van Italië alleen al 1.900 miljard euro en is dat fonds dus ontoereikend.

In Brussel hebben de ministers van Financiën zich gebogen over de uitwerking van die maatregel. In eerste instantie wordt het EFSF een soort verzekeraar die 20 tot 30 procent garandeert van de obligaties van landen die in de problemen komen.

Maar om de slagkracht van het EFSF op termijn tot 1.000 miljard euro te brengen, is er voorlopig geen oplossing. Externe investeerders laten het afweten, China zal voorlopig niet bijdragen. Daarom wordt nu vooral gekeken naar de Europese Centrale Bank (ECB) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Duitsland houdt een grotere rol voor de ECB categoriek tegen. Berlijn is er geen voorstander van dat Frankfurt obligaties gaat opkopen van noodlijdende landen en bondskanselier Angela Merkel wil al zeker niet dat er euro-obligaties komen. Maar via de omweg van het IMF is het misschien wel mogelijk dat er obligaties worden opgekocht van probleemlanden. Zo krijgt het EFSF mogelijk meer slagkracht.

Jean-Claude Juncker, de Luxemburgse premier die ook de voorzitter van de eurozone is, zei gisteravond dat de doelstelling van 1.000 miljard euro wellicht niet wordt gehaald. "Maar de uitbreiding van de vuurkracht van het noodfonds zal substantieel zijn", maakte hij zich sterk.

Op de bijeenkomst gisteravond werd beslist dat Griekenland de zesde schrijf aan noodhulp zal krijgen. Italië werd dan weer aangemaand om sneller maatregelen in te voeren om het begrotingstekort terug te dringen.

Volgende week donderdag en vrijdag is er een nieuwe Europese bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van de EU en van de eurozone. Het is uitkijken naar de knopen die daar worden doorgehakt.