De armoede in België is "gekleurd"

Mensen van vreemde origine hebben een veel grotere kans op armoede dan oorspronkelijke Belgen. Dat blijkt uit het jaarboek over armoede van 2011. De onderzoekers noemen de cijfers bij allochtonen "hallucinant hoog".

Uit het jaarboek van het onderzoekscentrum Oases blijkt dat 12 procent van de Belgen in 2009 arm was. Bij Zuid-Europeanen is dat al 22 procent, bij Turken en Oost-Europeanen 36 procent en bij Marokkanen zelfs 54 procent. Die cijfers noemt onderzoekster Danielle Dierckx van de Universiteit Antwerpen "hallucinant hoog". Met arm bedoelt men iemand die moet rondkomen met een inkomen dat lager ligt dan 60 procent van het gemiddelde in ons land.

De oorzaak ligt in het feit dat onderwijs en werk  - de traditionele manieren om uit armoede te geraken - niet helpen bij allochtonen. Ze komen vaak in het beroepsonderwijs vast te zitten, dat ze vaak niet afmaken. Een kwart van de allochtone meisjes en zelfs een derde van de jongens verlaat het secundair onderwijs zonder diploma.

Zelfs als allochtonen een goede scholing hebben, ligt de werkloosheid veel hoger of moeten ze genoegen nemen met veel slechter betaalde banen dan past bij hun scholing. Dat heeft onder meer te maken met taalproblemen - vooral bij nieuwkomers -, het niet erkennen van buitenlandse diploma's en met discriminatie op de arbeidsmarkt.