100 jaar geleden: drama op de Zuidpool

Honderd jaar geleden was de wereld in de ban van de race tussen twee teams die als eerste de Zuidpool wilden bereiken. Beide expedities slaagden in hun opzet, maar een van hen eindigde in een drama.

De geografische Zuidpool is de meest verafgelegen plek op Aarde. Op 90° zuiderbreedte kruist de as van de Aarde het oppervlak. De Zuidpool ligt op een ijsplateau op 2.835 meter hoogte middenin in het continent Antarctica dat onder duizenden meters ijs ligt, enkel onderbroken door hoge bergtoppen die boven de ijskap uitsteken.

De temperatuur kan er dalen tot -116°C en komt maximaal in de buurt van het vriespunt en er kunnen onvoorspelbare sneeuwstormen of "blizzards" woeden. Behoudens wat pinguïns aan de rand van Antarctica is het continent verlaten. Net als andere dieren is de mens niet gemaakt om daar te leven. Niet iedereen heeft de drang "to boldly go where no man has gone before" (Star Trek), maar toch zijn er genoeg mensen met die boodschap in hun genen om vooruitgang mogelijk te maken.

Wellicht is de Russische marineofficier Fabian von Bellinghausen (1820) de eerste man die Antarctica echt zag. Nadien volgden er meer expedities, waaronder die van de Belgische baron Andrien de Gerlache, die in 1897-1899 met zijn schip Belgica (eerste foto in tekst) als eerste gedwongen overwinterde in het Antarctische ijs. Een van de mannen aan boord van de Belgica was de Noorse poolreiziger Roald Amundsen.

"De laatste der Vikingen"

De Noor Roald Amundsen (1872-1928) beschouwde zichzelf als de "laatste Viking" en was bezeten door ontdekkingsreizen in de poolgebieden. Na de Belgica-expeditie in 1897-1899 voer hij tussen 1903 en 1906 als eerste doorheen de Noordwest Passage, tussen de Atlantische en de Stille Oceaan, ten noorden van Canada. Zijn boot vroor vast en hij dreef meer mee met het ijs dan hij voer, maar leerde intussen van Eskimo's hoe te overleven in die gruwel, wat hem later goed van pas zou komen.

Amundsens volgende expeditie zou de Noordpool worden, maar in 1910 beweerden de Amerikanen Frederick Cook en Robert Peary beiden dat ze als eersten de Noordpool hadden bereikt. Terwijl de ruzie woedde over wie waar het eerst was, voer Amundsen in alle stilte uit en koos hij voor de nog maagdelijke Zuidpool.

Amundsen (tweede foto in tekst, op Zuidpool) hield zijn plannen strikt geheim en zelfs zijn bemanningsleden vernamen het nieuws dat ze naar "die andere pool" gingen, pas onderweg.  Op Madeira stuurde Amundsen twee telegrams: een met excuses voor het "kapen" van de boot Fram, die de poolreizger Fridtjof Nansen aan Amundsen had uitgeleend voor de "Noordpoolexpeditie". Het andere telegram was bedoeld voor de Brit Robert Falcon Scott, die zich opmaakte om naar de Zuidpool te trekken. De race zuidwaarts tussen Noren en Britten was begonnen.

"Beg leave to inform you Fram proceeding Antarctic, Amundsen" - Telegram aan zijn rivaal Scott (september 1910).

Sir Robert Scott, bezeten door de Zuidpool

De Britse kapitein sir Robert Falcon Scott was samen met zijn vriend Edward Wilson en Ernest Shackleton in 1902 al op 660 kilometer van de Zuidpool geraakt, voor ze met hun sleden moesten terugkeren. In 1909 was Shackleton zelfs op 160 kilometer van de Zuidpool geraakt.

Scott (midden op de foto op de Zuidpool) was dus niet de eerste de beste en toen hij in 1910 met zijn schip Terra Nova uitvoer, was hij vastbesloten dat het dit keer wel zou lukken. Het telegram van Amundsen vond hij dan ook vervelend, zeker toen hij hoorde dat de Noor zijn basiskamp had opgeslagen aan de Bay of Whales, 96 kilometer dichter bij de Zuidpool dan het basiskamp van Scott bij Ross Island.

De Brit liet zich niet uit het veld slaan. Scott en zijn team volgden de route die hij en ook Shackleton eerder hadden verkend en langs waar nu depots met voedsel en brandstof waren aangelegd (groene route bovenaan). Scott had ook nieuwe motorsleden en gebruikte Siberische pony's voor het transport. Die nieuwe methoden waren echter onvoldoende uitgetest, de motorsleden raakten defect en de pony's stierven spoedig. Daardoor moesten de Britten hun sleden het grootste deel van de weg zelf over ijs trekken.

Amundsen moest over onverkend terrein (rode lijn op de kaart), maar had ook voordelen. Zo droegen de Noren kleding uit dierenvellen zoals de Eskimo's, die beter weerstand boden tegen de koude wind. Hun sleden werden getrokken door 50 honden die meer gehard bleken dan de pony's van Scott. 

Naar de pool en dan terug

Op 14 december 1911, om 15 uur, gaven de instrumenten van de Noren aan dat ze zich op de Zuidpool bevonden. Amundsen en zijn maten Oscar Wisting, Olav Bjaarland, Helmer Hansen en Svenne Hassel plantten de Noorse vlag en lieten er een brief achter voor Scott. Daarna keerden ze om voor de meer dan 1.300 kilometer lange terugtocht naar hun kamp aan de kust. Dat bereikten ze veilig in januari 1912 na een tocht van 99 dagen door onbekend terrein.

Op 17 januari 1912 bemerkte het team van Scott de overblijfselen van het kamp van Amundsen op de Zuidpool. Ze namen er foto's en daarop is duidelijk de teleurstelling op de gezichten van Scott en zijn makkers te zien (derde foto in tekst). De uitgeputte Britten hadden er een tocht van 1.400 kilometer opzitten, waarvan ze het grootste deel hun sleden zelf hadden moeten trekken.

De terugkeer werd een nachtmerrie met hevige sneeuwstormen en temperaturen tot minder dan -40°C. Als eerste overleed Edgar Evans, wat later raakte kapitein Oates vermist in een storm. Scott en zijn maats Edward Wilson en Henry Bowen sloegen ten slotte hun tent op op nauwelijks 11 kilometer van een voedseldepot, maar dat zouden ze door het slechte weer niet bereiken. De drie mannen vroren dood in hun tent.

De triomf die wereldwijd uitbrak toen Amundsen zijn succes kon melden, sloeg volledig om in onrust nadat maanden voorbij gingen zonder nieuws over Scott. Pas acht maanden later werden de lichamen van Scott, Wilson en Bowers gevonden. De Britten bedolven hun tent onder een grote massa sneeuw en de drie mannen kregen zo een graf op het Zuidpoolcontinent. 

"We shall stick it out to the end, but we are getting weaker, of course, and the end cannot be far. It seems a pity, but I do not think I can write more". Laatste aantekening van Robert Scott op 29 maart 1912.

Amundsen was erg aangeslagen door de dood van zijn rivalen. Zelf ging hij nog vaak op poolexpeditie. Zo voer hij tussen 1918 en 1920 noordwaarts van Siberië langs de Noordoost Passage naar de Stille Oceaan en vloog hij in 1926 als eerste met het luchtschip Norge over de Noordpool naar Alaska. In 1928 verdween het vliegtuig van Amundsen bij een reddingsoperatie voor het vermiste luchtschip Italia in het Noordpoolgebied. Hij werd nooit teruggevonden.

De dramatische race tussen Amundsen en Scott heeft beide mannen tot mythische proporties verheven. Veel scholen, schepen en andere instellingen zijn naar hen genoemd. Amundsen werd een idool in Noorwegen dat pas sinds 1905 onafhankelijk is. Scott kreeg een asteroïde naar hem genoemd. Sinds 1957 is de Amerikaanse wetenschappelijke basis Amundsen-Scott South Pole Station permanent bemand op de Zuidpool. 

Jos De Greef