Politica spelt politieke journalisten de les

CD&V-politica Nahima Lanjri heeft "Het Groot Dictee der Onderhandelingstaal" gewonnen in "Joos" op Radio 1. Ze maakte minder fouten dan de doorgewinterde journalisten Bart Sturtewagen, Goedele Devroy en Steven Samyn.
Vlnr.: Steven Samyn, Nahima Lanjri, Peter Vandermeersch, Goedele Devroy, Bart Sturtewagen.

Peter Vandermeersch, de hoofdredacteur van NRC Handelsblad, had een tekst over de onderhandelingen geschreven vol "Wetstratees". Een select clubje politici en politieke journalisten mocht zich vanmiddag in de uitzending de tanden stukbijten op tongbrekers als "Belgische bric-à-brac", "shakespearedrama" en "tenhemelschreiende dreigement".

"Ik heb geen vrienden gemaakt bij mijn ex-collega's. Die zijn nu ook mijn ex-vrienden geworden", zei Peter Vandermeersch achteraf. "Ik ben wel blij dat er veel instinkers zijn waar ze zijn ingetrapt. Het was dankbaarder om het dictee te schrijven dan het hier te moeten maken."

Uiteindelijk werd het pleit verrassend gewonnen door een politica. "Op het eerste gezicht zag het er niet moeilijk uit, maar ho maar...", sprak Ruud Hendrickx, taalraadsman van de VRT en jurylid. Lanjri maakte 6 fouten en deed het beter dan Bart Sturtewagen van De Standaard (8 fouten) en VRT-journaliste Goedele Devroy en Steven Samyn van De Morgen (11 fouten).

"CD&V-vrouwen kunnen het dan toch", zei Lanjri met een knipoog. "Ik was heel zenuwachtig. Ik had geen tijd om het voor te bereiden, maar ik wilde mij als vrouw toch een stuk bewijzen."

Vanavond was er het echte "Groot Dictee der Nederlandse Taal". Dat is gewonnen door Freek Braeckman en de Nederlandse Marret Kramer.

De volledige tekst

Of de Belgische coalitievorming een sciencefictionroman of een shakespearedrama was, moest koning Albert uitentreuren aan zijn collega’s uitleggen.

Uitputtend heeft de arme man hen geüpdatet over het worstcasescenario en wat dit ten langen leste kon teweegbrengen voor zijn land.

Eerst acht, en dan zes partijen waren vijfhonderdeenenveertig dagen lang een zootje kletsmeiers, kruidje-roer-mij-nieten en lul-de-behangers die coûte que coûte de Belgische bric-à-brac moesten redden.

De grootte van de begrote tekorten begrootte de kandidaat-premier op een apocalyptisch getal.

Aldus, vond Albert, kon het niet verder. Op de eenentwintigjuliviering, meestal een dag van gestandaardiseerd geëmmer, sommeerde hij de politiek het geijkte gedachtegoed vaarwel te zeggen en distantieerde hij zich van het
nationale debacle.

Over een dergelijke koning raakten de sms’ende paparazzi met hun gsm’etjes en A4’tjes niet uitgepraat.

Vooral niet toen Albert laconiek zijn tenhemelschreiende dreigement uitte: als u zich niet om Elio schaart, dan maak ik hoogstpersoonlijk Laurent premier.