Bangladesh 40 jaar vrij, maar het volk lijdt

Op 16 december 1971 werd Bangladesh een onafhankelijke staat. Hiermee kwam een eind aan decennia van discriminatie van het voormalige Oost-Pakistan door West-Pakistan. Maar daarvoor moesten de Bengalezen wel nog een erg bloedige onafhankelijkheidsstrijd doorstaan.

Wie Bangladesh zegt, denkt vaak aan overbevolking, armoede, overstromingen en ziekten. Volgens cijfers van de Verenigde Naties had het land in 2010 164,4 miljoen inwoners, waardoor het als het dichtstbevolkte land ter wereld geldt.

Bangladesh maakte ooit deel uit van Brits-India, dat in 1947 onafhankelijk werd en werd opgesplitst in India, Sri Lanka en Pakistan. Vooral de opsplitsing van het overwegend hindoeïstische India en het overwegend islamitische Pakistan leidde tot een orgie van geweld en massale volksverhuizingen.

Pakistan bestond toen uit twee delen: West-Pakistan en Oost-Pakistan. Die staatkundige eenheid was niet houdbaar op lange termijn, want Oost en West lagen meer dan 1.300 kilometer van elkaar verwijderd en de culturele, taalkundige en historische kloof gaapte wijd.

Het rijke westen beschouwde het armere oosten bovendien als minderwaardig en dat had zo zijn gevolgen. In 1969 bijvoorbeeld waren er in Oost-Pakistan 6.000 ziekenhuisbedden voor 75 miljoen inwoners, terwijl er in het westen 26.000 bedden waren voor 55 miljoen inwoners. In West-Pakistan groeide de economie, terwijl het oosten alsmaar armer werd en alsmaar meer basisvoorzieningen moest ontberen. Daar moesten ongetwijfeld problemen van komen.

Hoe bevrijdend werkt een bevrijdingsoorlog?

Door de achterstelling groeide het nationalisme in Oost-Pakistan, waarbij ook een soort taalstrijd hoorde tegen het overwicht van het Urdu,dat in West-Pakistan werd gesproken. Het nationalisme werd gekanaliseerd in de Awami Liga van sjeik Mujibur Rahman (foto).

In 1970 werden verkiezingen gehouden in heel Pakistan, en die toonden de ware macht van Oost-Pakistan, met zijn talrijke bevolking. De Awami Liga behaalde een meerderheid in het parlement, waardoor de beweging van Mujibur Rahman eigenlijk de Pakistaanse premier mocht leveren. De radicalen in de Awami Liga drongen echter aan op een afscheiding van Oost-Pakistan, wat de regering in Karachi uiteraard niet zag zitten. 

In maart 1971 greep het Pakistaanse leger militair in om het oosten op andere gedachten te brengen. De bevrijdingsoorlog van het oosten zou uitermate bloedig worden: in 9 maanden tijd vielen 1,25 miljoen doden en sloegen bijna 10 miljoen mensen op de vlucht.

Mujibur Rahman verklaarde de onafhankelijkheid van Bangladesh en vluchtte naar India. Uiteindelijk was het dat land dat de strijd beslechtte met een interventie. Door de bevrijdingsoorlog kreeg New Delhi te maken met een immense vluchtelingenstroom en de Indiase regering wilde voorkomen dat er problemen zouden rijzen in West-Bengalen, dat aan Oost-Pakistan grensde.

Het Pakistaanse leger gaf zich over eind 1971, waarna de Volksrepubliek Bangladesh werd uitgeroepen op 16 december. Mujibur Rahman, die beschouwd werd als de redder des vaderlands, werd president. Tot daar het positieve nieuws over de nieuwe staat, want het feestje werd algauw verbrod door natuurrampen, epidemieën, een enorme bevolkingstoename, armoede en corruptie.

Daar komen de militairen

In 1975 vonden de militairen het welletjes en grepen ze de macht. Sjeik Mujibur Rahman werd vermoord, het parlement werd ontbonden en de noodtoestand werd afgekondigd. In de daarop volgende jaren zouden nog verschillende militaire coups volgen. 

De bekendste militaire bewindvoerder van Bangladesh is wellicht generaal Zia Ur Rahman (foto), die in 1977 de macht greep. Zia liet een nieuwe grondwet schrijven, waarbij een sterk presidentschap voor hemzelf werd gereserveerd, en dat de islam een veel grotere rol gaf. Zia zou in 1983 worden gedood tijdens een nieuwe - welswaar mislukte - coup, maar zijn partij BNP (Bangladesh Nationalist Party) zou wel uitgroeien tot een niet onbelangrijke machtsfactor in het land.

Het zou nog tot 1991 duren voor Bangladesh komaf maakte met de militaire dictatuur. Toen werd het corrupte regime van generaal Ershad uiteindelijk van de macht verdreven door een brede volksbeweging die geleid werd door twee vrouwen: sjeik Hasina Wajid (dochter van Mujibur Rahman en leidster van de Awami Liga) en Begum Khaleda Zia (weduwe van generaal Zia en leidster van de BNP).

Democratie, chaos en geweld

Het herstel van de democratie betekende meteen ook het einde van de samenwerking tussen beide dames, die elkaar enkele keren aflosten aan de macht. Beide partijen verweten elkaar corruptie, beide partijen hadden boter op het hoofd. Bangladesh zonk weg in een chaos, met stakingen, parlementaire boycots en allerlei juridische procedures. Bij verschillende uitbarstingen van geweld vielen honderden doden.

In 2007 was de toestand danig ontspoord dat president Iajuddin Ahmed de facto een militaire regering aanstelde. Zowel Hasina, die in Groot-Brittannië verbleef, als Zia vielen in ongenade. Zia zat zelfs een tijdje in de cel. Leiders van radicale islamitische bewegingen werden ter dood veroordeeld.

Eind 2008 werden er nieuwe algemene verkiezingen gehouden, die met verve gewonnen werden door een alliantie onder leiding van de Awami Liga. Sindsdien is Hasina (foto) weer premier.

Met het water aan de lippen

Het water staat de Bengalezen aan de lippen, zowel letterlijk als figuurlijk. Het laaggelegen Bangladesh ligt midden in de delta van de Ganges en de Brahmaputra, en dat is tegelijk een zegen als een vloek voor het dichtbevolkte land.

Door het slib van de grote rivieren heeft Bangladesh een van de rijkste landbouwgronden ter wereld, en dat is een enorme meevaller om de talrijke monden van de jonge bevolking te voeden. Anderzijds zetten de rivieren het land ook vrijwel jaarlijks onder water tijdens het moessonseizoen, en dat leidt dan weer tot epidemiën en huizen die wegspoelen of helemaal onder water komen te staan. De bevolking van miljoenenstad Dhaka moet geregeld door het water naar het werk waden. 

De overstromingen worden met het jaar erger. Dat heeft te maken met ontbossing, bodemerosie en de opwarming van het klimaat. Bangladesh lijkt wel weg te zinken in het water. Met de bevolking is het al niet veel beter gesteld: volgens de Verenigde Naties leeft 89,9 procent van de Bengalezen onder de armoedegrens. Het land krijgt wel veel internationale hulp, maar het blijft een van de armste landen ter wereld.

Rik Arnoudt