"Mijn gitaar staat juist, het Sportpaleis staat fout"

“Goed meezingen hé jongens, dan denkt de pers dat er ambiance is”, vraagt Urbanus op een gegeven moment aan een vol Sportpaleis. Missie geslaagd voor Vlaanderens bekendste komiek, zo konden wij vaststellen.

Dik 10 jaar is het geleden dat Urbanus nog voor een zaal stond. Goed, in 2007 was er nog “Urbanus Vobiscum”, een hommageconcert met allerlei Vlaamse artiesten die zijn liedjes zongen, maar een echt comedyprogramma, daar was het toch lang op wachten. Lang genoeg om je af te vragen of de peetvader van de Vlaamse comedy -62 intussen- “het” nog steeds in zich heeft.

En wie dacht dat “Urbanus zelf” enkel nostalgische 40’ers en 50’ers zou aantrekken, heeft het mis. Niet dat die er niet zijn, maar een blik rondom ons leert dat heel wat aanwezigen -net als ondergetekende trouwens- nog op de schoolbanken, of zelfs in de luiers, moeten hebben gezeten toen Urbanus met zijn laatste zaalprogramma “Ik ben een plastiek zakske” rondtrok.

Urbanus betreedt het podium met op zijn hoofd iets wat lijkt op een enorme wortel. Heeft hij dat al niet eens eerder gedaan? Jawel, wie medio jaren 80 naar “Urbanus in ’t echt” geweest is, of wie de dvd gezien heeft uiteraard, weet al wat er nu gaat volgen.

"Mijn haar staat zoals toen ik terugkwam van Pukkelpop"

Maar voor we de tijd hebben om een beetje bang te worden dat we alles al eens gehoord gaan hebben, is daar de eerste verwijzing naar de recente actualiteit: “Mijn haar staat zoals toen ik terugkwam van Pukkelpop”, zegt Urbanus na het afzetten van zijn helm. In de naburige Lotto Arena is intussen dEUS bezig aan zijn set, Urbanus is geen fan. “Ik heb aan Tom Barman gevraagd om alleen maar sketches te doen, anders horen wij dat kattengejank tot hier.”

De zaal is een eerste keer echt mee als Urbanus begint te zingen. Een enthousiast geklap wordt spontaan ingezet bij de eerste noten van “Kodazuur”. Even later doet het publiek zelfs net iets te makkelijk mee volgens de peetvader van de Vlaamse comedy. “Gijlie dacht zeker dat ik Koen Wauters was, of Natalia zonder schmink”, roept hij.

De show was aangekondigd als een “Greatest hits”-programma en dat is niet overdreven. Met “Urbanus zelf” keert de meester terug naar hoe het begon: nummers aan mekaar praten met lichtjes absurde humor en verhalen. Het is duidelijk meer liedjesprogramma dan comedyshow. Maar het publiek weet het te smaken. “Goed meezingen hé, dan denkt de pers dat er ambiance is”, vraagt Urbanus, en hij krijgt meteen gehoor.

"Waarom staan er flitspalen in Brussel?"

Urbanus heeft het publiek in het Sportpaleis op zijn hand. Tijdens het tussenstuk van “1-2-3 rikke tikke tik”, schreeuwt iemand “Ne salami” in ons oor. En iemand achter ons probeert de sketch van de Hells Angels woordelijk na te zeggen. Jammer genoeg voor hem, maar dat zal niemand verbazen, houdt Urbanus zich niet aan de originele tekst, zo komt het pas ingevoerde rookverbod er plots in voor.

Er zijn ook attributen. Eén keer lijken die niet echt te doen wat Urbanus wil. De grote selder op zijn hoofd tijdens “Poesje stoei”, waar confetti uitkomt, geeft het al snel op, ondanks verwoede pogingen van de zanger, die maar blijft duwen op de hendel onder zijn voeten. Voor de kinderliedjes sleept Urbanus een kleine draaimolen op het podium, de meer intieme liedjes speelt hij in een hokje met neonverlichting en het opschrift “hoerenkotje”.

En wie dacht dat Urbanus zijn verontwaardiging verloren is, heeft het mis. “Waarom staan er flitspalen in Brussel, hoewel niemand daar boetes betaalt?”, vraagt Urbanus het publiek. “Wel, als die camera flitst, staan er 4 criminelen mee op de foto, zo weten ze waar die mannen zitten”, is het antwoord. Ook met de uitspraak “Het Europees Parlement, dat is een asielcentrum voor politici die in hun eigen land klop gaan krijgen”, oogst hij luid applaus.

Gouden plaat als afsluiter

Een van zijn nieuwe nummers, want die zijn er ook, “Pek en pluimen”, kondigt Urbanus aan als een “protestlied tegen alles wat er misgaat in de wereld”. In het lied worden onder meer lobbyisten, “parkeermeternazi’s” en wereldvreemde rechters de les gespeld. Na de bisnummers, Urbanus sluit af met “Quand les zosiaux chantent dans le bois”, verschijnt plots Sandy Tura op het podium. Ze overhandigt Urbanus een gouden plaat voor zijn best of-album “Goe poeier", waar al 12.000 exemplaren van zijn verkocht.

Na ruim 3 uur, pauze inbegrepen, is het dan echt afgelopen. De vaste afsluiter uit het verleden, “Ge moogt naar huis gaan”, krijgen we dus niet te horen. Dat is niet alleen ons opgevallen, want terwijl we het Sportpaleis verlaten, passeren we een groepje toeschouwers dat het nummer luidkeels aan het zingen is. Om maar te zeggen, voor ambiance zorgen, en of Urbanus het nog kan.

“Urbanus zelf” speelt nog op zaterdag 17 december, donderdag 22 december en vrijdag 23 december in het Sportpaleis in Antwerpen.

Joris Truyts