Staatswaarborg voor Dexia wordt gehalveerd

België en Frankrijk hebben beslist om de voorlopige staatswaarborg voor de restbank van Dexia te halveren van 90 naar 45 miljard euro. Dat betekent dat de Belgische overheid minder risico loopt. Dat heeft minister van Financiën Steven Vanackere (CD&V) gezegd in "De zevende dag" op Eén.

Begin oktober bereikten België, Frankrijk en Luxemburg een akkoord over de ontmanteling van de noodlijdende Dexia Groep. Dexia Bank België werd door de Belgische overheid overgenomen voor 4 miljard euro. De Franse overheid nam voor 700 miljoen euro het filiaal over dat krediet verleent aan de Franse lokale besturen. De Banque Internationale du Luxembourg en de Turkse Denizbank werden te koop gesteld.

Wat overbleef, kwam terecht in een "restbank" (ook wel "bad bank" genoemd) met langlopende kredieten, waaronder dubieuze staatsobligaties en filialen in Italië, Spanje en Duitsland. Die restbank kreeg wel voor 90 miljard staatswaarborgen vanuit België, Frankrijk en Luxemburg. Ons land zou 60,5% of 54 miljard euro van die waarborgen leveren.

Over de omvang van die staatswaarborg, of beter gezegd, de verdeling daarvan, kwam al snel kritiek. België is verantwoordelijk voor het leeuwendeel van die staatswaarborg en loopt dus het meeste risico, terwijl dat voor Frankrijk en Luxemburg veel minder opgaat.

België en Frankrijk hebben nu beslist om de staatswaarborg te halveren van 90 naar 45 miljard euro. "Vrijdag hebben we op de ministerraad beslist om samen met Frankrijk te beginnen met een tijdelijke waarborg, niet van 90 miljard, maar van 45 miljard", kondigde minister van Financiën Vanackere aan in "De zevende dag".

"Die waarborg moet dienen om ofwel de Nationale Bank van België terug te betalen, ofwel de schuld ten opzichte Dexia Bank België terug te betalen. We zijn stap voor stap bezig om het risico zoveel mogelijk te beperken."

Meest gelezen