Gentse ambtenaren vrijgesproken voor pestgedrag

Voor de correctionele rechtbank van Gent zijn de rechtstreekse chef en een collega van een overleden onderhoudstechnicus van de stad Gent vrijgesproken voor pesten op het werk. De onderhoudstechnicus stapte in 2007 uit het leven en gaf in zijn afscheidsbrief aan dat hij gepest werd. Tegen de twee mannen was acht maanden cel geëist, maar ze werden vandaag over de hele lijn vrijgesproken.

De 53-jarige onderhoudstechnicus maakte in de zomer van 2007 een einde aan zijn leven. In een brief die hij achterliet voor zijn familie, verwees hij naar de moeilijke werkomstandigheden bij zijn werkgever. "Aan de pesters, verkleineerders, bedankt!", stond er onder meer te lezen.

Na een grondig onderzoek werden verschillende ambtenaren verdacht van onopzettelijke doding of schuldig verzuim. Tegen twee ambtenaren bij de dienst Gebouwen van de stad Gent werd uiteindelijk een proces aangespannen, dat midden oktober van start ging.

De twee, de rechtstreekse chef en een collega die het slachtoffer effectief gepest zouden hebben, werden beschuldigd van onopzettelijke doding, maar pleitten zelf onschuldig. Ze riskeerden een maximale straf van twee jaar gevangenschap, maar het parket vorderde eind november uiteindelijk een celstraf van acht maanden en een geldboete van 550 euro. Het parket wilde met de geëiste straf een signaal geven dat oversten zorgvuldig moeten omgaan met ondergeschikten.

Maar de rechter volgde de redenering niet en sprak de twee mannen vandaag over de hele lijn vrij. "Nergens uit het dossier valt af te leiden dat de gedragingen van de leidinggevenden pesterijen waren die tot zijn dood hebben geleid", oordeelde de rechtbank.

Beroep

De vrouw van de onderhoudstechnicus gaat in beroep tegen de vrijspraak. "De rechtbank geeft een slecht signaal", laat haar advocaat Walter Van Steenbrugge weten. "Er was nochtans overtuigend bewijsmateriaal", zegt Van Steenbrugge.

"De afscheidsbrief is volgens ons een objectief element waarop de rechter zich kon baseren. Daarnaast is er de getuigenis van de huisarts van de man, die blijkbaar niet voldoende in overweging genomen werd. Er zijn dus voldoende redenen om in beroep te gaan, maar duidelijk is dat de wetgeving ook krakkemikkig in elkaar zit."