"Ik denk niet dat we tot 75 jaar moeten werken"

In "Reyers laat" heeft minister van Pensioenen Vincent Van Quickenborne nogmaals de kritiek op de pensioenhervorming weerlegd. "We zullen niet tot 75 jaar moeten werken, we moeten alleen de effectieve pensioenleeftijd beter laten aansluiten op de wettelijke pensioenleeftijd."

Gisteren keurde de Kamercommissie Sociale Zaken de pensioenhervorming goed. De bonden steigeren en hebben voor komende donderdag een algemene staking in de openbare sector aangekondigd. Maar Van Quickenborne plooit niet. "Het is heel eenvoudig", vindt de minister van Pensioenen. "De pensioenen gaan per kalenderjaar en als we het nu niet doen, verliezen we opnieuw een jaar en dat kan ons land zich echt niet permitteren."

In "Reyers laat" wees hij er ook op dat de meeste buurlanden al een hervorming hebben doorgevoerd. "Wij hebben dat nog niet gedaan, dat is de fout van de politiek. Maar nu moet het wel gebeuren en dus vragen we aan de mensen om wat langer te werken."

De kritiek van de vakbonden dat hij breekt met de traditie van sociaal overleg voor dergelijke hervormingen worden goedgekeurd, ontkent Van Quickenborne met klem. "Op het moment dat de teksten klaar waren voor de pensioenhervorming, vorige donderdag, heb ik onmiddellijk contact genomen met de vakbonden en een schema afgesproken wanneer we zouden overleggen. Ik denk dat we het echt niet sneller konden doen", reageert hij. Hij benadrukt ook dat er overgangsmaatregelen zijn ingebouwd zodat mensen die verworven rechten hebben opgebouwd, die ook kunnen behouden. "

"Werkelijke en wettelijke pensioenleeftijd naar elkaar opschuiven"

De bezorgdheid die leeft bij jongeren dat zij misschien wel tot hun 75e zullen moeten werken, deelt de minister niet. "Ik denk niet dat dat het geval zal zijn. In ons land is het probleem niet de wettelijke pensioenleeftijd (65 jaar, red.), maar de effectieve pensioenleeftijd. De ambitie van deze hervorming bestaat erin om de werkelijke pensioenleeftijd, die nu op ongeveer 61 jaar ligt, dichter te laten aansluiten bij de wettelijke pensioenleeftijd." Van Quickenborne denkt dat het met de huidige hervorming zal lukken om de werkelijke pensioenleeftijd twee jaar te laten opschuiven, tot 63 jaar. "Daarmee zal België aansluiten bij de kop van het peloton in Europa."

Hij blijft er ook van overtuigd dat er op lange termijn één pensioenstelsel moet komen voor iedereen. "De voorbije jaren hebben we al gerealiseerd dat werknemers en zelfstandigen ongeveer hetzelfde pensioen hebben, nu trekken we het brugpensioen op voor werknemers, maar ook voor ambtenaren." De tendensen naar harmonisering zijn volgens de minister dus al voelbaar, "maar op lange termijn moeten we zoals bijvoorbeeld in Zweden een uniform pensioenstelsel hebben. Dat moet de ambitie zijn, maar wel op lange termijn."