Opnieuw bijna 50 doden bij geweld in Syrië

Bij geweld in Syrïe zijn vandaag opnieuw bijna 50 doden gevallen. Behalve burgers kwamen ook 14 veiligheidsagenten van president Bashar al-Assad om die in een hinderlaag liepen. Intussen raakte bekend dat de Arabische Liga nu toch waarnemers naar Syrië mag sturen. Zij moeten nagaan of de Syrische overheid geweld gebruikt tegen haar burgers.

Bij een aanval van het leger op de stad Kfar Owaid in de provincie Idlib vlakbij de grens met Turkije vielen minstens 23 burgerslachtoffers. Kfar Owaid werd bestookt met zwaar machinegeschut. Daarbij raakten ook verschillende mensen gewond. De provincie Idlib is al enkele weken het toneel van gewelddadige confrontaties tussen de veiligheidsdiensten en rebellen. Gisteren vielen er meer dan 60 doden toen soldaten met machinegeweren uitbraken uit hun legerbasis en dood en vernieling zaaiden.

In het zuiden van het land kwamen vandaag ook 14 mensen uit de entourage van president Assad om. De veiligheidsagenten liepen in een hinderlaag opgezet door de rebellen.

Dan toch waarnemers

Na weken aandringen heeft Syrië nu toch ingestemd met het bezoek van waarnemers van de Arabische Liga aan het land. Een eerste verkennende delegatie zou donderdag al in Damascus aankomen. De secretaris-generaal van de Liga zei vandaag dat hij redelijk hoopvol is dat de voltallige delegatie van zo'n 150 waarnemers nog voor het eind van de maand in Syrië zou arriveren.

Het is de eerste missie van haar soort van de Liga, die tot voor kort een weinig kritische houding aannam ten opzichte van het geweld in Syrië. De waarnemers moeten er nagaan of het Syrische regime al dan niet geweld gebruikt tegen haar burgers en of ze het plan opgesteld door de Liga respecteert. Dat vraagt onder meer dat Damascus een einde maakt aan het geweld, de troepen terugtrekt uit de residentiële wijken, gevangenen vrijlaat en een dialoog met de oppositie aangaat. Damascus was eerst niet geneigd om aan de oproep van de Arabische Liga gevolg te geven maar veranderde van mening toen onder meer gedreigd werd met financiële sancties.