De Syrische oppositie slaakt een noodkreet

De Syrische Nationale Raad, die bijna alle oppositiebewegingen verenigt, vraagt een spoedbijeenkomst van de VN-Veiligheidsraad en de Arabische Liga in verband met de recente "bloedbaden" gepleegd door de Syrische ordetroepen.

Volgens verschillende oppositiebewegingen zijn de voorbije dagen meer dan 100 dodelijke slachtoffers gevallen. De bloedigste aanval zou hebben plaatsgevonden in de provincie Idlib. "Het was een georganiseerd bloedbad", zegt het Syrische Observatorium voor Mensenrechten vanuit Londen.

De ordetroepen zouden het stadje Kfar Oweid hebben omsingeld en op burgers hebben geschoten toen die probeerden te ontkomen. In totaal zouden minstens 100 dodelijke slachtoffers zijn gevallen. 

De zware gevechten zouden vooral gaan tussen het leger en gewapende deserteurs die Syrische veiligheidsagenten gegijzeld houden.

De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu noemt het geweld van de laatste dagen "onaanvaardbaar". Ook Frankrijk reageert geërgerd. "Alles moet in het werk worden gesteld om de spiraal van geweld te stoppen waarin president Bashar al-Assad zijn volk meesleurt", zegt een woordvoerder van het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken. "De schandalige en betreurenwaardige handelingen tegen het volk tijdens de volksopstand tonen aan dat Assad het niet verdient Syrië te leiden", zegt een woordvoerder van het Witte Huis.

Volgens BBC-correspondent Jim Muir, die de toestand volgt vanuit buurland Libanon, is het geen toeval dat het geweld net nu oplaait, voor de komst van waarnemers van de Arabische Liga. De Syrische overheid zou zo nog een laatste grondige schoonmaakoperatie kunnen houden, terwijl de deserteurs hun positie zouden willen versterken.

Intussen meldt Iran dat 5 Iraanse ingenieurs zijn ontvoerd die aan het werk waren in een elektriciteitscentrale in de buurt van de stad Homs, een van de verzetshaarden tegen het regime van Assad. Meer gegevens ontbreken nog.