Het voorbeeld van Mortier en Van Kooten

"De mensen hadden het gevoel dat ze een huisvriend hadden verloren". Zo omschreef Harry Mulisch de emoties na de dood van zijn collega Godfried Bomans, vandaag precies veertig jaar geleden. Immens populair en invloedrijk was hij, en toch doet zijn naam vandaag bij veel jonge mensen nog nauwelijks een belletje rinkelen.

Godfried Bomans stierf op 22 december 1971 onverwacht aan een hartaanval. 58 was hij, en op dat moment de meest geliefde schrijver van Nederland en wellicht ook van Vlaanderen. Zijn populariteit dankte hij niet alleen aan zijn boeken, maar vooral aan zijn gesmaakte televisie-optredens. In het vroege tv-tijdperk groeide de geestige en gevatte Bomans uit tot een van de eerste bekende Nederlanders.

In het literaire wereldje leverde die status hem meer kritiek dan eer op. Al kreeg hij in heel zijn carrière niet één literaire onderscheiding, toch heeft hij tot vandaag een schare fanatieke bewonderaars, zoals Guy Mortier en Kees van Kooten. Zij geven grif toe dat ze de mosterd haalden bij Godfried Bomans. Het is dan ook een beetje verwonderlijk dat er vandaag rond zijn naam een aura van oubolligheid zweemt.

De schrijver - "Over de grond rollen van het lachen"

De literaire kritiek weet zich niet goed raad met Bomans omdat zijn werk moeilijk te catalogeren valt. Humor is de rode draad, dat blijkt al uit zijn debuut "Memoires of gedenkschriften van Mr. P. Bas", beter bekend als "Pieter Bas". Het verhaal over de denkbeeldige minister deed Guy Mortier "over de grond rollen van het lachen".

Bomans' grootste succes was "Eric of het klein insectenboek", een sprookje over een kleine jongen die verdwaalt in een fantastische dierenwereld. Het was welkom escapisme tijdens de oorlogstijd (het boek verscheen in 1941). Na de oorlog ontplooide Bomans zich op verschillende terreinen, maar hij blonk vooral uit in korte stukken. Grote populariteit krijgt hij met "Pa Pinkelman en tante Pollewop", een strip in de Volkskrant.

De tv-figuur - "Had mijn vrouw maar één zo'n been"

Zijn gevoel voor humor en zijn improvisatietalent maakten van de gevatte Godfried Bomans de gedroomde televisiegast. Als taalvirtuoos en meester van de oneliner scoorde hij in het taalspelletje "Hou je aan je woord", een voorloper van programma's als "De taalstrijd" en "De rechtvaardige rechters".

Memorabel was ook het Grand Gala du Disque uit 1962. In dat showprogramma reikte Bomans als presentator muziekprijzen uit aan grote namen uit binnen- en buitenland muziekprijzen. Hij ontving o.a. een piepjonge Françoise Hardy, die hij begroette in steenkoolfrans (zie filmpje). Hij verwelkomde ook de Duitse diva Marlene Dietrich, die hem "Had mijn vrouw maar één zo'n been" deed verzuchten.

Door zijn veelvuldige humoristische tv-optredens kreeg Bomans het imago van eeuwige lolbroek, waarmee hij op den duur ook zelf verveeld zat. "Ik moet ervoor waken niet tot een nationale paljas uit te groeien", vreesde hij. Zijn critici vonden inderdaad dat hij een groter schrijver was geweest als hij niet zo nodig altijd het publiek had willen behagen.

Sinterklaas - "Gefrustreerd trio in de fietsenschuur"

Godfried Bomans stond ook bekend als een katholiek schrijver, al was zijn houding tegenover het geloof kritischer dan vaak werd aangenomen.

Zijn vertrouwdheid met heiligenlevens had in elk geval een aardig neveneffect: Bomans was gefascineerd door Sinterklaas. Al in de jaren veertig deed hij zijn beklag over de teloorgang van het sinterklaasfeest. Zelf had hij nochtans lang geen warme herinneringen aan pakjesavond, zoals blijkt uit het geestige fragment "Het heerlijke avondje" hieronder. Wellicht is hij precies daarom meermaals in de huid van de goedheiligman gekropen, misschien wel zijn meest memorabele rol op de Nederlandse tv.

"Ik was als de dood voor de man. Hij werd in ons gezin vertolkt door een zwager van mijn moeder, een zure vrijgezel uit Rotterdam, die zijn verdrongen erotiek jaarlijks liturgisch gestalte gaf. Hij kwam handenwrijvend met de trein aan en verkleedde zich in de fietsenschuur, samen met twee tantes, want zo was hij wel. De tantes (…) speelden voor Piet. Zij waren zonder oom en daarom nogal geladen.

Dit gefrustreerde trio verliet in vol ornaat de fietsenschuur en repte zich driftig door de tuin naar de keukendeur. Hierop gaf Sinterklaas een aantal klappen, want bellen was er niet bij en stommelde dan dreigend de trap op. Voor de kamerdeur gekomen sloeg hij met zijn staf verscheidene malen krachtig tegen het paneel, terwijl de tantes gezamenlijk boeh! riepen. Na deze shock-therapie trapte hij met zijn rechterschoen de deur open en bleef een tijdje op de drempel staan kijken. Wat hij daar zag moet hem met enige voldoening vervuld hebben. Vijf krijtwitte broertjes keken hem verbijsterd aan en mijn enige zusje zat onder tafel."