De Gucht in beroep tegen vonnis belastingontduiking

Europees commissaris Karel De Gucht gaat in beroep tegen het vonnis waardoor de Bijzondere Belastinginspectie zijn rekeningen kan nakijken. Die wil dat omdat men fraude vermoedt. De Gucht wilde dat via de rechtbank vermijden, maar die had het verzoek in eerste aanleg afgewezen.

De Bijzondere Belastingsinspectie (BBI) heeft Karel De Gucht al een tijdje in het vizier. De BBI vermoedt dat er bij de financiering van De Guchts buitenverblijf in Italië fraude is gebeurd.

De Gucht had eerder al een hele reeks documenten laten inkijken, maar de BBI wilde ook de bankrekeningen van de commissaris en zijn vrouw bekijken. Sinds juli kan de fiscus dat gemakkelijker doen, dankzij de wet op de opheffing van het bankgeheim. De Gucht wil daar echter niet van weten. Hij vindt dat hij gepest wordt door de fiscus.

Daarom diende hij bij de rechtbank van eerste aanleg een verzoek in om bij het Grondwettelijk Hof na te gaan of de wet op de opheffing van het bankgeheim wel grondwettelijk is. In een tussenvonnis oordeelde de rechter dat zo'n onderzoek door het Grondwettelijk Hof voorlopig niet nodig is.

De Gucht vroeg aan de rechter ook om de aanwijzingen van belastingontduiking, die de fiscus zegt te hebben, te laten onderzoeken. Hierover heeft de rechter nog geen beslissing genomen. De aanwijzingen worden nu ten gronde onderzocht en op een latere datum wordt daarover beslist. Dan zal ook duidelijk worden of de rechter alsnog ingaat op het verzoek om de wet op de opheffing van het bankgeheim te laten onderzoeken.

De Gucht vindt de beslissing om voorlopig niet in te gaan op zijn vraag "onbegrijpelijk" en gaat nu dus in beroep. De commissaris is er hoe dan ook "van overtuigd" dat hij "in dit dossier volledig gelijk" zal krijgen.