Aantal werkende vrouwen is sterk gestegen

De laatste 20 jaar is het aantal vrouwen met een betaalde baan fors toegenomen. In 1990 had 45,5 procent van de vrouwen een job, in 2010 was dat 66,7 procent, schrijft de krant De Morgen. De kloof tussen het aantal werkende vrouwen en werkende mannen neemt af, maar toch blijven er nog grote verschillen.

Het Steunpunt Werk en Sociale Economie (WSE) heeft berekend dat het aantal werkende vrouwen de laatste jaren enorm is gestegen. In 1990 had 45,5 procent van de vrouwen een betaalde baan, in 2010 was dat 66,7 procent. In concrete cijfers gaat het om een stijging met 450.000 werkende vrouwen in 20 jaar tijd.

Het aantal werkende mannen bleef in diezelfde tijdspanne nagenoeg gelijk, wat betekent dat de kloof tussen het aantal werkende vrouwen en mannen afneemt, van 30 procent in 1990 tot 10,7 procent in 2010. Goed nieuws dus, maar toch blijven er grote verschillen bestaan.

"Vandaag de dag is twee derde van de vrouwen op arbeidsleeftijd effectief aan het werk", zegt professor Wim Herremans van het WSE. "Maar het gepresteerde aantal uren bij vrouwen is wel nog steeds heel wat lager dan bij mannen. Dat heeft te maken met het feit dat vrouwen bijvoorbeeld heel vaak deeltijds werken, 43,5 procent, terwijl dat bij mannen nauwelijks voorkomt, amper 8 procent."

"De inspanning van meer vrouwen om te gaan werken wordt tenietgedaan omdat ze minder uren aan de slag zijn. Dat verklaart deels de loonkloof en op lange termijn het verschil in loopbaan. De overheid moet dus blijven inzetten op maatregelen die de combinatie werk en gezin haalbaar maken", zegt Herremans nog in De Morgen.

Concrete cijfers en grafieken kunt u bekijken op de website van het WSE.