Broeikasgassen vertragen volgende ijstijd

Een internationaal team van geleerden zegt dat de uitstoot van broeikasgassen door de mens het begin van de volgende ijstijd zal vertragen. Volgens de geleerden zou die ijstijd normaal gezien binnen de eerstvolgende 1.500 jaar beginnen, maar dat zal dus niet het geval zijn.
Bevroren bomen aan de kust van Lake Erie in de VS.

De vorige ijstijd eindigde zo'n 11.500 jaar geleden en het was niet zo duidelijk wanneer de volgende zou beginnen. Een internationaal team van Britse, Amerikaanse en Noorse geleerden heeft nu gegevens over onder meer de baan van de aarde en de afzettingen op de zeebodem gebruikt om de interglaciale periode te vinden die het meest lijkt op de huidige.

Ze kwamen uit bij een periode die Marine Isotope Stage 19c genoemd wordt en die zo'n 780.000 jaar gelden begon, als de warmere interglaciaire periode die het meest lijkt op de huidige. Als de analogie juist is, zou binnen zo'n 1.500 jaar de overgangsperiode naar een nieuwe ijstijd moeten beginnen. 780.000 jaar geleden begon die met een periode waarin opwarming en afkoeling schommelden tussen het noordelijk en het zuidelijk halfrond, een fenomeen dat veroorzaakt werd door de verstoring van de stromingen in de oceanen. 

Volgens het team, dat zijn bevindingen neerschrijft in het tijdschrift Nature Geoscience, zal dat nu niet het geval zijn. De afkoeling zou zich enkel voordoen als het gehalte van het broeikasgas CO2 in de lucht zo'n 240 ppm, deeltjes per miljoen, zou bedragen. Momenteel ligt dat gehalte veel hoger, op zo'n 390 ppm. Zelfs als de uitstoot nu onmiddellijk zou stilvallen, zouden de concentraties nog minstens 1.000 jaar hoog blijven.

De aarde wiebelt

De basisoorzaak van de overgangen tussen ijstijden en warmere interglaciaire perioden liggen in subtiele variaties in de baan van de aarde die bekend staan als de Milankovitch-cycli.

De variaties hebben onder meer te maken met de excentriciteit van de aardbaan rond de zon, de verandering van de hoek van de as van de aarde tegenover het vlak waarin de aarde om de zon draait en de trage rotatie van de aardas. De veranderingen in die grootheden vinden plaats in de loop van tienduizenden jaren en de precieze manier waarop ze het klimaat veranderen van interglaciaal naar een ijstijd is nog niet bekend. 

Op zich zijn de veranderingen niet voldoende om de stijging of de daling van de temperatuur met zo'n 10 graden te veroorzaken die het verschil maakt tussen een ijstijd en een interglaciaal, maar kleine veranderingen worden versterkt door onder andere het vrijkomen van CO2 in de atmosfeer eens de opwarming begint en het opnemen van het gas door de oceanen als het kouder wordt.

Wel duidelijk is dat de overgang van een ijstijd naar een interglaciale periode nooit identiek is aan de andere overgangen, omdat de combinatie van de verschillende factoren van de aardbaan nooit exact dezelfde is. Die kleine verschillen liggen waarschijnlijk aan de basis van de verschillende duurtijd van de ijstijden en de interglaciale perioden. Wel is het zo dat om de 400.000 jaar de factoren heel erg op elkaar gelijken.

"Lang leve CO2"

Groepen die gekant zijn tegen het beperken van de uitstoot van broeikasgassen, hebben de studie al aangegrepen om die uitstoot te verwelkomen. "We moeten een volgehouden broeikaseffect behouden om het huidige voordelige klimaat te houden. Dit houdt de mogelijkheid in om broeikasgassen in de atmosfeer te lozen, het tegengestelde van wat milieubeschermers ten onrechte aanraden", zo zei een Britse lobbygroep.

Een Brits medewerker aan de nieuwe studie zei dat de groep dergelijke reacties verwacht had. "Ze slaan de bal volledig mis, want waar het nu om gaat is niet het handhaven van ons huidige warme klimaat, maar het nog warmer maken. CO2 toevoegen aan een warm klimaat is iets heel anders dan het toevoegen aan een koud klimaat. De mate waarin het CO2-gehalte nu verandert, is nooit gezien, en er zijn enorme consequenties als we dat niet kunnen opvangen. Als we aan het proberen waren om een ijstijd te vermijden, dan hebben we te hard geprobeerd."