New Hampshire kiest zijn Republikeinse kandidaat

In de Amerikaanse staat New Hampshire kunnen de Republikeinen vandaag hun kandidaat voor het presidentschap kiezen. Vorige week won Mitt Romney nipt de eerste voorverkiezing in Iowa.

Mitt Romney is nu ook in New Hampshire de favoriet in de peilingen, maar hij speelt er dan ook zo goed als een thuismatch. New Hampshire is een kleine, maar rijke staat in het noordoosten. Dat is dezelfde regio als Massachussetts, de staat waar Romney ooit gouverneur was.

De andere Republikeinse kandidaten schieten dan ook vooral met scherp op Romney. Ze verwijten hem dat hij als topman van het investeringsfonds Bain Capital veel geld heeft verdiend door het overnemen en afslanken van bedrijven. Dat zou veel banen hebben gekost.

Romney (links) ziet dat anders. Hij zegt dat via Bain veel noodlijdende bedrijven zijn gesaneerd. Hij ontkent niet dat daar aanvankelijk banen zijn verloren gegaan, maar tijdens zijn zakencarrière zouden er net jobs zijn bij gekomen.

Hoe dan ook, het is nu aan de kiezers en het wordt uitkijken wie het naast Romney goed zal doen in New Hampshire. Daarbij wordt vooral gekeken naar Ron Paul, Jon Huntsman en Newt Gingrich. Rick Santorum, die in Iowa met acht stemmen verloor van Romney, is wellicht iets te conservatief voor New Hampshire. De Texaanse gouverneur Rick Perry is nu al bezig met de zuidelijke staat South Carolina, waar hij op meer kansen hoopt. Huntsman voerde vorige week geen campagne in Iowa maar zette alles in op New Hamshire. Hij moet er dus een goede score halen, anders lijkt hij nog weinig kans te maken.

Primaries of caucuses

In New Hampshire wordt traditioneel de eerste grote voorverkiezing of primary gehouden. Dat is een echte verkiezing met stemlokalen en stembrieven, waar leden en sympathisanten van een partij kunnen kiezen wie ze in hun staat als kandidaat naar voren schuiven.

Vorige week werd in Iowa een caucus gehouden. Daarbij komen mensen op lokaal vlak samen in zaaltjes om in debat te gaan, elkaar te overtuigen en dan te stemmen.

Bij beide modellen heeft elke staat recht op een aantal afgevaardigden of "delegates", naargelang het aantal inwoners. Die delegates gaan in de zomer naar de partijconventie en daar wordt dan de kandidaat van de partij verkozen. Bij de Republikeinen zijn er nog zes kandidaten. Bij de Democraten in feite drie, maar twee van hen komen niet overal op en maken dus geen kans. President Barack Obama is dus zo goed als zeker de Democratische kandidaat.