Salduz-wet draagt naam van terrorist

Op 1 januari werd in ons land de Salduz-wet van kracht, die bepaalt dat verdachten voortaan alleen nog mogen worden ondervraagd als er rechtsbijstand aanwezig is. Sindsdien is er veel inkt gevloeid over de wet, die leidde tot een omzendbrief van het Brusselse parket en minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD) die in de kamercommissie Justitie een evaluatie van de nieuwe wet vooropstelde.

Maar ondertussen roept ook de naamgeving van de wet in kwestie vragen op. Yusuf Salduz was een Koerdisch-Turkse minderjarige die in 2001 in Turkije opgepakt werd op verdenking van het bevestigen van een verboden spandoek aan een brug en deelname aan een verboden betoging ter ondersteuning van Abdullah Öcalan, de leider van de Koerdische Arbeidersbeweging PKK. De PKK staat op de lijst van terroristische organisaties van zowel Turkije, de VS als de EU.

Yusuf Yalduz bekende in eerste instantie schuld, maar beweerde later dat tijdens het politieverhoor geweld op hem gebruikt werd, en herriep zijn bekentenissen. Toch werd hij in 2001 tot 2,5 jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Uiteindelijk belandde de zaak Salduz bij het Europese Hof van de Rechten van de Mens, dat hem op 27 november 2008 gelijk gaf, en bevestigde dat een verdachte bij arrestatie recht heeft op bijstand door een advocaat. Alle lidstaten van de Raad van Europa (47 in totaal, waaronder België) werden verplicht de uitspraak van Straatsburg in hun rechtspraak op te nemen.

Tragische levensloop

Terwijl magistraten op het allerhoogste niveau zich over zijn zaak beriepen, kende het leven van Yusuf Salduz een tragisch verloop, dat in de sterren geschreven stond.

Salduz was afkomstig uit Kirçiçegi, een dorp in Oost-Turkije, tegen de grens met Armenië. De meeste bewoners uit de streek zijn van Koerdische afkomst, en elke familie draagt de sporen van het conflict tussen het Turkse leger en de PKK. Bij dat conflict kwamen sinds midden jaren 80 naar schatting 40.000 mensen om het leven. Yusuf Salduz was 1 van de vele jongens die het dorp verlieten om hun geluk te zoeken in de grote stad.

In Izmir vond hij werk, werd er actief in het Koerdische verenigingsleven, engageerde zich ook politiek, en ontdekte dat net als in het dorp het Koerdisch-Turks conflict in de grootstad nooit ver weg is.

Radicale keuze

Na zijn vrijlating maakte Yusuf Salduz uiteindelijk de meest radicale keuze die een Koerdische jongen in Turkije kan maken: hij koos voor lidmaatschap van de PKK, en de gewapende strijd. In de trainingskampen van de PKK hoog in de bergen in Noord-Irak kreeg hij de codenaam ‘Rojhat Serhat’.

In die hoedanigheid nam hij deel aan een reeks gewapende acties, tot hij op 29 september 2011 bij een schermutseling met Turkse troepen om het leven kwam in de regio Sirnak, op de Turks-Iraakse grens.

Enkele dagen later werd de 27-jarige Yusuf Salduz in Kirçiçegi begraven, op zijn kist de Koerdische vlag. De begrafenis werd bijgewoond door vertegenwoordigers van de BDP, de Koerdische partij die in het Turkse parlement zit, en tijdens de uitvaart klonken spreekkoren ten voordele van de PKK en Abdullah Öcalan. In de lokale media werd naar de begrafenis van de man die naam gaf aan de "wet-Salduz" verwezen als "PKK-lid Yusuf Salduz".

Klik hier voor beelden van de begrafenis van Yusuf Salduz.

Dirk Vermeiren is correspondent in Turkije