Taalexamen voor federale topambtenaren

De 140 federale topambtenaren moeten binnenkort via een examen bewijzen dat ze de tweede landstaal voldoende kennen. Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken Hendrik Bogaert (CD&V) wil een bestaande, maar nooit toegepaste wet daarover uitvoeren. De vakbonden steunen het voornemen van Bogaert, de Franstalige meerderheidspartijen MR en PS zijn minder enthousiast.

De hoogste federale ambtenaren moeten sinds 2002 kunnen aantonen dat ze voldoende kennis hebben van de tweede landstaal. Dat staat zo in een wet, maar die wet werd nooit toegepast. Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken Hendrik Bogaert wil dat nu wel doen.

Volgens Bogaert "is het zo dat in een aantal uitzonderlijke gevallen men de tweede landstaal toch niet zo machtig is". Dat kan tot vervelende situaties leiden, meent Bogaert. "Ik denk dat men daar een tandje moet bijsteken omdat het heel vervelend is dat je in vergaderingen niet begrepen wordt of men zich niet goed kan uitdrukken."

De topambtenaren zullen daarom binnenkort een taalexamen moeten afleggen, dat door Selor wordt georganiseerd. Het examen zal de "gewone basiskennis van de tweede landstaal" testen, er wordt niet naar perfecte tweetaligheid gestreefd. "Ik wil daar niet fundamentalistisch in zijn", zegt Bogaert daarover. De topambtenaren moeten gewoon over basiskennis beschikken, zodat er bijvoorbeeld tijdens vergaderingen geen impliciete druk ontstaat om op de andere taal over te schakelen, argumenteert de staatssecretaris.

Wie niet slaagt in het examen, kan wel zijn baan verliezen. "De wet is daarin keihard, misschien kunnen we hier en daar een herexamen inbouwen, maar op een bepaald moment moet je daar wel paal en perk in stellen." Toch ziet Bogaert de toepassing van de wet meer als een "positieve maatregel". "Ik zie het veel meer in termen van efficiëntie van vergaderen en het efficiënt uitoefenen van de job dan in termen van gaan bestraffen of controleren."

De toepassing van de bestaande wet staat niet in het regeerakkoord, maar Bogaert heeft de maatregel naar eigen zeggen besproken binnen de meerderheid. Hij geeft toe dat het een gevoelige kwestie is, "maar ik denk dat we het niet in communautaire termen moeten zien. Ik denk dat het gewoon niet efficiënt is om aan de top van de administratie die tweede taal niet machtig te zijn". Bogaert merkt overigens op dat de kennis van de tweede taal de laatste jaren behoorlijk verbeterd is, ook bij Franstalige topambtenaren.

Vakbonden akkoord, Franstalige partijen niet overtuigd

Het voornemen van Bogaert vindt steun bij alle overheidsvakbonden. "Dit is voor ons geen punt van discussie", zegt Luc Hamelinck (ACV). "Ik denk dat het punt politiek gevoeliger zal liggen dan dat het syndicaal gevoelig ligt."

De socialistische vakbond ACOD vraagt zich wel af of het "spook" van de meertaligheid van topambtenaren "dat om de zoveel tijd opduikt", niet weer "in stilte tussen de plooien zal verdwijnen".

In de Kamercommissie Ambtenarenzaken waren deze middag inderdaad gemengde geluiden te horen. Ben Weyts (N-VA) juichte het voornemen toe en ook Ecolo-Groen zei niet tegen te zijn. De meerderheidspartijen MR en PS, daarentegen, waren minder gelukkig met de aankondiging. Kamerlid Laurent Devin (PS) zei dat Bogaert van zijn partij de steun krijgt voor alles wat in het regeerakkoord staat. Jacqueline Galant (MR) zei te betreuren dat Bogaert uitspraken deed over zaken die niet in het regeerakkoord staan. In zijn repliek benadrukte Bogaert nog eens dat zijn voorstel geen bevolkingsgroep viseert.