Bijna 15 procent van de Belgen leeft in armoede

Bijna 15 procent van de Belgen leeft onder de Europese armoedegrens. Dat blijkt uit de cijfers van het eerste Federaal Jaarboek Armoede. Vooral eenoudergezinnen en ouderen lopen een zeer hoog armoederisico.

Voor een alleenstaande ligt de armoedegrens op 973 euro per maand, voor een gezin met twee kinderen op 2.044 euro. 14,6 procent van de Belgen kwam daar in 2010 dus niet aan, zo blijkt uit het rapport.

Werkloosheid en lage pensioenen treffen vooral eenoudergezinnen en bejaarden. Bijna 20 procent van de 65-plussers is arm. Bij jongeren tot 15 jaar is dat 18,5 procent. Door de economische crisis wordt de armoede ook zichtbaarder en komen er nieuwe groepen bij, bijvoorbeeld uit de middenklasse.

Dat die cijfers bij de jongeren zo hoog zijn is onrustwekkend, zeggen de auteurs van het rapport, want mensen die hun kindertijd in armoede doorbrengen, lopen een groot risico om gedurende hun volwassen leven ook in de armoede te belanden. "Armoede tast niet alleen hun wijk aan, maar ook hun intimiteit, hun psychosociaal leven en de relaties met hun ouders en leeftijdsgenoten."

Staatssecretaris voor Armoedebestrijding Maggie De Block (Open VLD) wil het jaarboek gebruiken als werkdocument om de armoedebestrijding bij de verschillende beleidsniveaus te coördineren.  Ze belooft alvast maatregelen voor drie prioritaire groepen: kinderen, alleenstaande ouders en mensen die ver staan van de arbeidsmarkt.